Column: Politieke Borrelpraat (PBR) deel 234

“Jakkes, wat een drama was dat in Parijs, ongelooflijk.”
“Zakelijk gestoord, verschrikkelijk.”
“Ik bedoel, mag er dan geen vrijheid van meningsuiting meer zijn?”
“Maar dit was niet de eerste keer dat de redactie van dat blad aangevallen werd, los van al die dreigtelefoontjes.”
“Komt ervan als men koppig doorgaat met het tekenen van religieus-beledigende cartoons.”
“Maar het kan toch niet dat een minderheid z’n wil middels terrorisme opdringt aan de meerderheid?”
“Ik zeg: waar twee vechten hebben beiden schuld. Als je weet dat de ander uit z’n vel springt als je z’n geheiligde grote roerganger niet alleen uitbeeldt, maar ook nog bespot, dan doe dat dan niet.”
“Maar dat is toegeven aan die minderheid in je land. Je geeft ze een vinger, morgen eisen ze je hele hand.”
“Ja, maar het gaat om satirische cartoons met een beetje hekelen, een beetje spotten.”
“Dat doen wij hier aan de bar toch ook met politici?”
“Vooral nu ze als kikkers, koortsig en hitsig van eigen belangen, met de verkiezingen in zicht van de ene partij springen naar de andere, of halverwege met één poot hier en één poot daar blijven plakken.”
“Oké, maar we noemen hier geen echte namen, we gebruiken pseudoniemen, bijnamen.”
“En voor zover ik weet bespotten we geen religieus geheiligde profeten.”
“Ja, maar in het christelijk Westen is men veel toleranter op dit punt. Ik bedoel: als ze jouw profeet in een spotprent uitbeelden, is dat een reden om wraak te nemen door zowat de hele redactie stuk voor stuk te executeren?”
“Nee, tuurlijk niet, maar die daders zijn zodanig in dat fanatisme opgeklopt, dat ze dit wraaknemen als een heilige plicht zien.”
“Zien ze het niet in dat ze het juist danig verpesten voor al hun miljoenen geloofsgenoten die hard werken en studeren daar in die Europese landen? Nu ziet iedereen in hen een potentiële terrorist.”
“Misschien was dat juist de bedoeling, namelijk het vreedzaam samengaan, die assimilatie tussen christenen en moslims danig in de war te gooien.”
“Maar dit assimilatieproces wordt van beide kanten tegengewerkt; kijk hoe die Wildersfiguren in Nederland die moslimhaat steeds aanwakkeren.”
“En er zijn vele blanke Westeuropeanen die het blad Charlie Hepdo openlijk bekritiseren dat het onder het mom van persvrijheid een hetze tegen de Islam voert.”
“En dat is wind in de zeilen voor die middeleeuws denkende fanatiekelingen die niet kunnen zien hoe vooral hun vrouwen en dochters zich kunnen ontplooien dankzij de westerse vrijheden.”
“Maar wees eerlijk: ook het christendom heeft zulke fanatieke perioden gekend; denk maar aan de Inquisitie vanwege de r.-k. kerk. Je kwam al op de brandstapel als je beweerde dat de aarde rond was.”
“Maar laten we eerlijk zijn: sommige van die westerse vrijheden gaan echt te ver, en leiden tot decadentie en losbandigheid, vandaar dat vele christelijke organisaties die vrijheden bij hun volgelingen ook inperken.”
“Kunnen jullie je herinneren hoe fanatieke christenen reageerden op de verfilming van dat boek: ’The last Temptation of Christ’, waarin vertoond werd dat Christus na z’n opstanding uit Palestina vluchtte en met Maria Magdalena trouwde en een gezin stichtte?”
“Ai! Ze staken zelfs bioscopen in brand waar die film draaide.”
“Zie je, dus ook bij de christenen heb je dit soort fanaten als het gaat om het aantasten van religieuze principes.”
“En ook bij de Joden, Hindoes en andere geloven heb je dit.”
“Ja, maar dat praat die moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo niet goed; niets kan dit goedpraten.’
“En zag je hoe ze een gewonde agent gewoon van dichtbij door het hoofd schoten? Nog wel eentje van Algerijnse afkomst. Verschrikkelijk!”
“Maar zag je ook in dat filmpje hoe ze op en neer renden op straat, echt alsof ze een pond buskruit of XTC hadden geslikt.”
“Maar niemand zegt wat als de oproerpolitie hen later aan flarden schiet.”
“Da wat! Kies den mooi, zij wilden toch gaan moorden?”
“Is dat de westerse moraal? Oog om oog, tand om tand?”
“Het doel heiligt de middelen.”
“Lokt dit niet nog meer fanatiekelingen uit om zich te wreken?”
“Die kans zit er levensgroot in, ja. Een zeer ongezonde situatie; dat maakt het leven in Europa er beslist niet makkelijker op.”
“Gelukkig hebben islamitische organisaties in Nederland zich gedistantieerd van het gebeuren in Parijs.”
“Ook hier heeft de overkoepelende islamitische organisatie dat gedaan.”
“En onze overheid heeft ook meteen de Franse ambassade aan de Nassylaan beschermd tegen mogelijke terroristische aanslagen.”
“Ma unu no syi a bescherming? Boi, grontapu hebi tori drape.”
“Ai, geen leden van de gewapende macht met kracht op wacht, geen pantserwagen, maar een lint, gespannen tussen twee mahoniebomen met daartussen twee verkeersborden op een driepoot, zodat je niet op het trottoir vóór de ambassade kan lopen.”
“Mang, eis nou niet teveel; tenminste doen we wat. En het gebaar is belangrijk, niet het aantal tanks dat we niet hebben en daar zouden zetten.”
“Die andere ambassade daar aan de Sophie Redmondstraat heeft toch uit deze zelfde vrees toentertijd de hele straat een idiote slinger laten maken en betonnen toestanden daar gestort?”
“Zo, dan vraag ik me af of ze de boel niet met dezelfde voortvarendheid in de oude staat terug zullen brengen, als ze naar hun nieuwe ambassade gaan verhuizen.”
“Maar gelukkig leven de religiën hier vreedzaam naast elkaar.”
“Nou, af en toe krijg je wel een eruptie, zoals laatst toen christelijke en atheïstische universitair geschoolden elkaar met wat heen en weer geschrijf om de oren sloegen.”
“En verdraagzaamheid bleek ook niet naar mensen met een andere seksuele geaardheid.”
“Omdat ze opeens ook teveel aparte wettelijke zaken opeisen. Hou je rustig en doe je achterstevoren dingens zonder ophef, zodat je geen slapende honden wakker maakt.”
“Maar dat zijn zaken die we gelukkig naar beheersbare proporties hebben teruggebracht, dat van ons.”
“Maar hoe gaan we die ophef over die legerpredikant die aan een ondergeschikte militair is gaan frunniken, met de mantel der liefde bedekken?”
“Dat gaat zo: eerst gaan kerkelijke autoriteiten hun verbazing, zelfs verbijstering uitspreken over het gebeuren, dan wordt spijt betuigd en vergeving van de zonden aangevraagd, dan wordt hangende het onderzoek een persstilte gevraagd, daarna wordt de kapitein-geestelijke van zijn post gehaald en dan... tja, dan staat de doofpot klaar en zijn we het geval zo een beetje vergeten, zoals vele soortgelijke gevallen in het verleden.”
“Was Gianni een tijd terug niet gaan Zeggen aan die ex-Bekkermanbisschop dat er geen onderzoek kwam in gevallen van zulk molest die na jaren door de slachtoffers naar voren waren gebracht?”
“Ja, inderdaad, die tori had voor enige ophef gezorgd en het werd Gianni kwalijk genomen dat hij onderzoek vroeg.”
“Wat is er van die zaak geworden?”
“Doofpot en poel der vergetelheid.”
“Volgens mij maken we aan het eind van elk jaar daarom zoveel lawaai met muziek en vuurwerk: niet om yorka’s en ons zuurverdiend geld weg te schieten, maar om onfrisse zaken uit onze gedachten te jagen, meki un vergiti den moro hesi.”
“Ooow, daarom vergeten we als volk zo snel bepaalde dingen.”
“Ja, maar ik vergeet niet dat m’n glas leeg is en danig bijgevuld moet worden.”
“Ober, geef die zuiplap hier een shot sap op mijn rekening. Proost.”

Rappa
  1. gaan 7
  2. ambassade 4
  3. redactie 3
  4. gaat 3
  5. zien 3