1. vorige
  2. volgende

Onderschatting van alles waar een marron aan begint (VI)

PARAMARIBO - De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema 'Onderschatting van alles waar een marron aan begint' zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader toegelicht worden.

Tekst: André Mosis

Maandag 21 juli 1986 markeert het begin van een periode die gekenmerkt moet worden als één van de grootste dieptepunten uit de geschiedenis van Suriname in het algemeen en van hetbinnenland in het bijzonder. De aanvallen te Stolkertsijver en Albina vormden het definitieve startsein voor een gewapende strijd die begon als een conflict tussen een ongehoorzame militair en zijn superieur. Deze gewapende strijd nam in korte tijd ongekende proporties aan en is uitgegroeid tot een regelrechte binnenlandse oorlog. Suriname kreeg de rekening gepresenteerd van de structurele en schromelijke verwaarlozing van de marrongemeenschappen en de tenachterstelling van de bewoners.

Het conflict bood een uitlaatklep van de decennialange opgekropte frustraties die bij velen in het binnenland leefden ten aanzien van de positie die zij in de samenleving innamen. De ontwikkelingsproblematiek van het binnenland was hiermee scherper op de voorgrond geplaatst dan ooit. De grote weerklank die het Jungle Commando (JC) onder leiding van Ronnie Brunswijk vond bij waarschijnlijk een meerderheid onder de marrons moet in dit licht worden gezien. De implicaties van de vredesverdragen speelden door bij de gevechtssituatie tijdens de Binnenlandse Oorlog. 34 jaar later verwees Brunswijk na zijn politieke succes met de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (Abop) bij de algemene verkiezingen van 25 mei 2020 opnieuw naar de emancipatiestrijd van de weggelopen slaven.

Onderschatting

Het Nationaal Leger heeft met name aanvankelijk de ernst van het gewapende conflict volledig onderschat, getuige onder meer de bijzondere uitspraak van bevelhebber Desi Delano Bouterse over Ronnie Brunswijk: "Laat dit kortetermijnding maar aan het leger over. Die jongen heeft wel pk maar geen IQ." Deze uitspraak getuigt wederom van onderschatting van iets waar een marron aan begint. Dergelijke reacties en ernstige tactische fouten aan de zijde van het Nationaal Leger hebben er mede toe bijgedragen dat dit conflict zo uit de hand is gelopen.

Na het met de voeten treden van bepaalde tradities en gebruiken in het binnenland viel er weinig steun meer te verwachten van de dignitarissen, die overigens zelf machteloos stonden. De ernstige uitwassen in het Cottica- en Marowijnegebied eind 1986 en de willekeurige razzia's tegen marrons in de stad hebben er ongetwijfeld toe bijgedragen dat zij zich als bevolkingsgroep bedreigd voelden in hun bestaan. Het conflict breidde zich rond deze periode uit tot het Brokopondogebied. Door de geringe populariteit van de toenmalige autoriteiten bij de rest van de bevolking, kon ze, ook toen de laatste zelf steeds meer de dupe werd, niet rekenen op hun ondersteuning in het conflict. Met name Frankrijk en Nederland, die beide weinig sympathiek stonden tegenover de toenmalige Surinaamse autoriteiten speelden een belangrijke rol bij vooral de duur van het conflict. Politieke adviezen aan het Jungle Commando kwamen vooral van Surinaamse verzetsmensen in Nederland.

Vergelijkingen

De doelstellingen van de groepering zelf waren in feite niet duidelijk geformuleerd, behalve dat men uit was op het verwijderen van de militairen. Evenmin kan worden gesteld dat het conflict er één was tussen de marrons en het Nationaal Leger. Immers, vóór 1986 was er geen sprake van fundamentele problemen tussen de marrons en het Nationaal Leger. Bevelhebber Bouterse was een geregeld geziene gast in het binnenland en wel met name bij gaanman Daniel Aboikoni.

Om het conflict extra cachet te geven, werden geregeld vergelijkingen gemaakt met de strijd die de marrons voerden in de achttiende eeuw tegen plantage-eigenaren en de koloniale overheid. Alhoewel tot op zekere hoogte begrijpelijk, gaat een dergelijke vergelijking nauwelijks op. De context waarin beide conflicten zich hebben afgespeeld is geheel verschillend. Het element van buitenlandse invloed, waarbij onder meer te denken valt aan de grote rol van Surinaamse verzetsmensen in Nederland, ontbrak tijdens de strijd van de marronsoorlogen geheel. Toen vielen namelijk het politiek en het militair gezag samen. Bij de Binnenlandse Oorlog daarentegen zagen we dat de verschillende gaanman vrijwel geen partij waren en zelfs niet eens werden gekend in het conflict. De erosie van de binnenlandse gezagsstructuren is als gevolg van de Binnenlandse Oorlog duidelijk naar voren getreden. De dignitarissen stonden in feite machteloos.

Marrons contra inheemsen

Een kwalijk gevolg van de Binnenlandse Oorlog is dat de altijd al latente wrijvingen tussen marrons en indianen openlijk aan het daglicht zijn getreden. Het ernstige vermoeden bestaat hierbij dat er van buitenaf verdeel en heers is gepleegd. De voorbeelden uit de geschiedenis waarbij beide groepen tegen elkaar werden uitgespeeld zijn bepaald niet incidenteel. Ondanks het feit dat de marrons en de inheemsen in een soortgelijke sociaal-economische underdogpositie verkeren, zijn beide groepen er tot op heden nauwelijks in geslaagd om hun krachten te bundelen.

De verkiezingsoverwinning van het Front voor Democratie en Ontwikkeling op 25 november 1987 en daaropvolgend het aantreden van de regering-Ramsewak Shankar begin 1988 hebben een gewijzigde situatie in het conflict teweeggebracht. Het Jungle Commando stond sindsdien tegenover een wettig gekozen regering. De eisen aangaande democratisering hadden hiermee hun betekenis verloren. De regering-Ramsewak Shankar had een vredesproces opgang gezet, waarbij het Comité Christelijke Kerken fungeerde als intermediair maar die verliep erg stroef en traag.

Vrede

De wijze waarop de regering is omgesprongen met protocollen van Saint Jean riep vele vraagtekens op. Anderzijds ontbrak het het Jungle Commando aan voldoende deskundigheid om als volwaardige partner te participeren in de onderhandelingen. Daardoor was het overgeleverd aan voortdurend wisselende buitenlandse adviseurs van veelal twijfelachtig gehalte. Het betrekken van de dignitarissen in de onderhandelingen was ondanks hun beperkte invloed een stap in de goede richting. De regering zou alle prioriteiten moeten stellen aan het tot stand brengen van vrede.

De vrede was een voorwaarde om te kunnen praten over economische opbouw van het land. Er zijn enkele honderden onschuldige slachtoffers gevallen, zowel militairen, 'jungles' als burgers. Talloze vitale economische projecten zijn vernietigd. Duizenden mensen hebben hun woonplaatsen moeten ontvluchten en de samenleving van het binnenland werd totaal ontwricht. Naast de aangerichte materiële schade is vooral de schade op het immateriële vlak onmeetbaar. Het herstel van de verstoorde relaties, zowel tussen als binnen bevolkingsgroepen, is één van de grootste uitdagingen voor deze en de volgende regeringen.

Bronnen:

• Archief De Nationale Assemblee

• Archief de Ware Tijd

• Thoden van Velzen en Van Wetering, 1988

• Informant: Bert Eersteling (schrijver van onder meer 'Koffiekampers in de politiek', 'Het binnenland en de politiek', 'Het woord marron in Surinaams historisch perspectief' et cetera)

• Wikipedia: Onderwijs in Suriname

• Plantage Jagtlust (Jacob van den Burg)

• Bosnegers en Overheid Ontwikkelingen van de politieke verhoudingen 1650-1988 (André Mosis en Ben Scholtens)

OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 12 en 19

  1. conflict 11
  2. marrons 9
  3. binnenland 7
  4. binnenlandse 6
  5. leger 5