Een pijnlijke verkiezing

Het ontnemen van een kans aan een capabele Surinamer om te gaan voor de hoogste post binnen de OAS kan opgevat worden als het resultaat van het gebrek aan zelfvertrouwen bij Buza Suriname. Op zich is dat volgens sommigen niet verwonderlijk, omdat de diplomatieke dienst van Suriname door de jaren heen enorm verzwakt is door de verlammende indamming vanuit de partijpolitiek. We hebben de zaak van de OAS-verkiezing laten liggen, maar toen de uitslag bekend werd daags terug, deed het toch enorm pijn. We hebben een waardige en kundige Surinamer, die in de tweede functie bij de OAS briljant en keurig heeft gefunctioneerd, niet de kans gegeven om te gaan voor de eerste post. Hoeveel diplomaten van het kaliber van Albert Ramdien heeft het klein landje Suriname voortgebracht? Geen enkele, hij is de eerste Surinamer die op zo een hoge functie een diplomatieke functie binnen het Inter-Amerikaans systeem heeft ingevuld. Waarom was de altijd correcte, keurige, representatieve, geschoolde, onderlegde, professionele en ervaren diplomaat Ramdien toch niet goed genoeg voor de Surinaamse regering onder leiding van Desi Bouterse? Een verklaring is dat Ramdien het slachtoffer is geworden van de diplomatieke onwennigheid van ons staatshoofd en een vrees voor daadwerkelijk een internationaal isolement: een spook welke bedreigend door het NF tijdens de campagnes van 2010 was opgeroepen en waarin de NDP ook zelf in was gaan geloven. Ons staatshoofd zocht diplomatieke vrienden die hij niet had, omdat hij 10 jaar lang een nationale en internationale paria was. We kregen in 2010 niet zomaar een president, maar een bad boy die men internationaal eventueel zou kunnen ontwijken vanwege zijn besmet verleden. Ons staatshoofd zocht naar vrienden van hetzelfde staatskaliber en vond die in de Guyanese president. Deze vriendschap betekende heel veel voor ons staatshoofd. Hij sloofde zich uit om de Guyanees te paaien. Onze volksleider en kampioen nationalist was bereid alles op te offeren voor deze vriendschap. Tigri was voor de militair en nationalist niet meer belangrijk, Guyana was belangrijker. De brug over de Corantijn zou hij ook geheel en al financieren, Guyana hoefde zich geen zorgen te maken. En in dit lastige tijdperk steekt de geheel rechtvaardige ambities van de Surinamer Albert Ramdien de kop op. Maar wat doe je wanneer je een staatshoofd moet paaien en weet dat ook hij dromen heeft? Suriname zou Ramdien, die overal gewild is, niet ondersteunen voor de hoogste post, maar een tot eergisteren onbekende Guyanees Bayney Karran wel voor de tweede post. Door onze president is eerder verklaard dat het buitenlandse beleid ook erop gericht zou zijn om waar mogelijk zoveel mogelijk Surinamers te positioneren op posten bij internationale organisaties. Alhoewel deze functionarissen eenmaal gekozen toch voor alle landen of regionaal zouden moeten werken, is het gebleken dat de aanspreekbaarheid van deze organisaties voor bijvoorbeeld technische assistentie vergemakkelijkt wordt als een landgenoot er aanzit op het kantoor. De drempel om de organisaties aan te spreken, is dan ook minder gebleken. In de afgelopen regeerperiode is het de regering niet gelukt om deze doelstelling te halen. Integendeel, een kans liet men onbenut liggen. Wat er dus is gebeurt is, dat de Surinaamse regering de kans om de OAS te leiden niet als een nationale zaak, maar als een persoonlijke zaak van de betreffende persoon heeft gezien. Het staatshoofd en de Buza-minister hebben de wil en durf niet kunnen opbrengen om de landgenoot te lanceren en de infrastructuur en diplomatieke banden te betrekken bij lobbywerk. Dit laatste gebeurt voor een deel – en volgens sommigen het belangrijkste – in de wandelgangen. Lanceren van Ramdien zou ook huiswerk betekenen voor Buza en de diplomatieke dienst. De kandidaat zou vanwege zijn kennis van de interne dynamiek van de organisatie ook zichzelf goed kunnen promoten. Belize won voor de tweede post het van Guyana met een stand van 24-10. In de OAS zitten er 17 Caribische landen, waaronder 15 van de Caricom. Guyana en Belize zitten in de Caricom. De Caricom-landen waren dus verdeeld over de uitverkiezing. Belize is behalve een Caribisch, zeker ook een Midden-Amerikaans land. Voor de post van secretaris-generaal was er maar 1 kandidaat overgebleven nadat de kandidaten van Peru en Guatemala zich terugtrokken. Toch zou een OAS-lidland zich onthouden van stemming, 33 landen kozen voor de enige overgebleven kandidaat. Als gekeken wordt naar de diplomatieke carrière van de betrokken diplomaten, dan zou qua capaciteit ons landgenoot geen vreemde eend in de bijt zijn, integendeel. De man kent de klappen van de Inter-Amerikaanse zweep. Hij heeft goed gefunctioneerd. De president en Buza Suriname besloten sloten de Surinamer uit zonder in de regio een lobbyproces op gang te brengen. Ook is nagelaten om met de ambassadeur overleg te plegen om een strategie uit te zetten. Het fijne van het laten vallen van deze Surinamer weten wij niet. Wij weten naast het bovenstaande ook wel dat als integere OAS-man Ramdien bijvoorbeeld omtrent de persvrijheid en de amnestiewet zich heeft uitgelaten zoals het een hoge functionaris van de OAS betaamt. Dat kan niet overal in goede aarde zijn gevallen.
  1. oas 8
  2. diplomatieke 7
  3. ramdien 7
  4. surinamer 6
  5. post 6