Professionals versus amateurs

Ambassadeur Chas Mijnals op weg naar de aanbieding van zijn geloofsbrieven aan president Narayanan van India vergezeld door ambassaderaad Rudie Alihusain. In bijna alle disciplines die men zich kan bedenken, zullen amateurs het meestal verliezen van professionals. Het is de mens eigen dat wanneer hij op zoek gaat naar hulp en assistentie hij het beste van het beste wil hebben. Zelfs in de eenvoudige dingen van het leven, zoals het bezoeken van een kapsalon of een goed kostuum of jurk wil hij/zij het beste en het mooiste hebben. Bij het zoeken naar medische behandeling gaan mensen niet naar artsen of specialisten die geen goede reputatie hebben of niet bekend staan om hun deskundigheid.

In de bestuurlijke orde van een land zal een bekwame president en regeringsleider nimmer een 'schip onder commando moeten plaatsen van iemand die niet geschoold is in navigatie, of een leger onder commando van een generaal zonder militaire training. Zo moet hij de buitenlandse dienst van het land ook niet plaatsen in handen van individuen die geen kennis dragen van de verschillende aspecten van de diplomatie'.

In een eerder artikel enige weken geleden heb ik aangegeven dat Suriname voor wat de diplomatieke dienst betreft niet gekozen heeft voor een blijvende en consequente professionalisering van die dienst. In dit artikel wil ik nader ingaan waarom dit wel zou moeten gebeuren en liever de voorkeur gegeven moet worden aan professionals boven amateurs.

Kiezen voor de professional
In het algemeen is men het erover eens, dat iemand die de diplomatie tot zijn beroep en zijn enige carrière heeft gemaakt, een professional genoemd kan worden. Ook kan men het erover eens zijn, dat de term amateur gebruikt kan worden voor iemand, die vanuit een ander beroep de diplomatieke wereld binnenstapt, maar verder niet van plan is de diplomatie als zijn beroep en carrière te kiezen.

Vanuit het vorenstaande redenerend, kan in Suriname binnen de groep der diplomaten, in grote lijnen een onderscheid worden gemaakt in drie categorieën:
A. De categorie van de professionals, die de diplomatie als hun beroep en levenswerk hebben gekozen, de zogenaamde carrière diplomaten.
B. De categorie bestaande uit personen, die door politieke partijen worden benoemd, in feite beloond voor bewezen diensten, maar die verder geen buitengewone kwalificaties hebben.
C. De categorie van door politieke partijen benoemde/beloonde professionals uit andere beroepsgroepen, van wie sommigen een academische achtergrond hebben, maar ook anderen, zoals, onderwijzers, politie, zakenlui, etc.etc.

In alle redelijkheid kan verder worden gesteld dat wanneer een keuze gemaakt moet worden tussen een professional en een amateur, gekozen zal moeten worden voor de professional.
Bij de beantwoording van de vraag wie tot ambassadeur benoemd moet worden i.e. wie Suriname in het buitenland moet vertegenwoordigen, de professional, de amateur of de best gekwalificeerde, is het voor de hand liggend, dat de keuze moet vallen op de beste, maar even voor de hand liggend is de veronderstelling, dat de professionele diplomaat die persoon zal moeten zijn.

Zelfs bij gelijke kwalificaties tussen een persoon uit de categorieën A en C, zal in algemeen landsbelang de geschoolde, professionele carrière diplomaat de voorkeur moeten krijgen, omdat hij in een opéénvolging van diplomatieke benoemingen van toenemende importantie, een jarenlange kennis en ervaring heeft opgebouwd, die de amateur-buitenstaander niet heeft. Hij heeft zijn leven lang gespendeerd in de diplomatieke dienst, een leven van 7x 24 uur hard werken, van het brengen van offers om op onaangename posten te zitten, blootgestaan heeft aan allerlei gevaren, de discipline heeft betoond om stap voor stap omhoog te klimmen en geloof te blijven hebben dat zijn/haar bekwaamheid zal worden erkend en beloond.

Als hij op basis van zijn verdiensten tot dicht bij de top is gestegen, dan is hij degene, die volgens alle beginselen van recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid, maar ook op grond van fatsoenlijk, behoorlijk en verantwoord bestuur, aanspraak maakt op de benoeming tot ambassadeur met de daaraan verbonden beloning en prestige.

Ambassadeur en manager
Zowel een econoom als een chirurg kunnen benoemd worden tot de manager/directeur van een ziekenhuis. Maar er kan 'geen enkele twijfel bestaan dat een operatieve, medische ingreep alleen door de chirurg kan worden uitgevoerd'. Welnu, in de diplomatie is de manager van de ambassade ook de chirurg die de operatie uitvoert, dat wil zeggen, manager + chirurg zijn één en dezelfde persoon, de ambassadeur dus!

De president is uit hoofde van zijn functie de diplomaat nummer één van het land, de minister van Buitenlandse Zaken is de diplomaat nummer twee. Beiden moeten, veel meer dan anderen, doordrongen zijn van het besef, dat het benoemen van diplomaten op basis van voornamelijk politieke standaarden, het imago van het land bezoedelen met als consequentie dat landsbelangen meer worden gehinderd dan geholpen. Het is in zulke gevallen dat Malcolm Toon spreekt van een 'bumbling diplomacy' (= blunderende diplomatie) waarbij men overkomt als onbekwaam, potsierlijk en belachelijk.

Een ambassade is geen instituut waar ambassadeurs en hun vervangers een 'on-the-job-training' training moeten krijgen. Reeds bij het Congres van Wenen in 1815 –dus tweehonderd jaar geleden- is de diplomatie erkend geworden als een apart beroep en zeer duidelijk onderscheiden van dat van de politicus. Met die erkenning is gepaard gegaan een toenemende scholing en training en in een opéénvolging van detacheringen in verschillende diplomatieke functies wordt de ervaring verkregen voor de groei en vorming van goede en topdiplomaten.

Het is te betreuren dat in de achter ons liggende jaren de hoofdverantwoordelijken voor het buitenlands beleid er niet in geslaagd zijn de politici in ons land ervan te overtuigen dat de diplomatieke dienst geen 'pikki-pikki-plei' is waar ook geen 'broko-bana' gespeeld wordt.

Willen onze politici daadwerkelijk een bijdrage leveren aan het buitenlands beleid, dan moeten zij competente, professionele krachten doen plaatsen, niet alleen in de buitenlandse dienst, maar vooral ook in de thuisdienst van het ministerie, omdat het zenuwcentrum van de Surinaamse diplomatieke activiteiten zich op het hoofdkantoor in Paramaribo bevindt en niet ergens in Europa, Amerika, Afrika of Azië.

Over het in de laatste jaren in ons land gevolgd exclusieve criterium van 'loyaliteit' voor opname in de diplomatieke dienst heeft oud ambassadeur en oud minister van Buitenlandse Zaken, Henk Heidweiller, in juni 1987 reeds gezegd wat daarover te zeggen valt: 'van een loyale domkop ondervinden we alleen maar het grootste verdriet'.

Rudie Alihusain
  1. diplomatieke 8
  2. dienst 7
  3. diplomatie 7
  4. ambassadeur 6
  5. land 6