7 juni 1989: Er zijn nog steeds veel verhalen te vertellen [COLUMN]

Door Usha Marhé – Er zijn van die gebeurtenissen in het leven die zo diep ingrijpen, dat je ze bijna niet kunt beschrijven. Zoals 7 juni 1989. In de ochtenduren crashte een vliegtuig van de SLM, op weg naar de landingsbaan te Zanderij. Het nieuws deed snel de ronde. Er was eerst ongeloof. Zulke dingen gebeuren niet in Switi Sranan. Daarna verbijstering toen bleek dat het echt waar was. Dagblad De Ware Tijdberichtte de volgende dag dat er 169 doden waren, later werd bekend dat alle negen bemanningsleden waren omgekomen, en 167 passagiers. Slechts elf personen overleefden de crash, en één hond.

Niemand wist hoe te handelen bij een plane crash van die omvang. En ook al heb je het van te voren uit een boekje geleerd, op het moment dat je als hulpverlener of vrijwilliger overal lichaamsdelen verspreid ziet, verkoolde lichamen vindt, her en der wrakstukken van het vliegtuig signaleert, als je het gevoel hebt in je meest verschrikkelijke nachtmerrie rond te lopen, dan slaat de verstandsverbijstering – tijdelijk – toe. Terwijl hulpverleners en journalisten en iedereen die er wat mee te maken had druk bezig waren te doen wat er gedaan kon worden, terwijl de omvang van de ramp duidelijker werd en steeds meer families in Suriname en Nederland het uitschreeuwden van verdriet, viel er dagenlang een deken van verbijstering over Paramaribo.

Het was te pijnlijk, het was niet te beschrijven, wat moest je aan je familie in Nederland of Suriname vertellen? En hoe? Er waren families waarvan er twee, drie of zelfs vijf familieleden tegelijk omkwamen tijdens de crash. En dan die getalenteerde jongens van het Kleurrijk voetbalelftal, die lachend hun veelbelovende toekomst tegemoet waren gevlogen. Het leek alsof de tijd bevroor door de doodsmak die het vliegtuig had gemaakt. De stilte van de verbijstering was oorverdovend luid.

Ik schrijf dit vanuit mijn herinnering, ik was toen journalist in Suriname. Van mijn mannelijke collega’s mocht ik niet naar de plek van de ramp, zij wilden mij beschermen, het was niet goed voor mij als vrouw om daar rond te lopen en al die ellende te zien, vonden zij. Ik moest zorgen voor de berichtgeving in de stad. Ik vond hun argument grote onzin, maar het werk was verdeeld en we togen aan de slag. We werkten allemaal keihard, omdat we iets wilden bijdragen aan een goede berichtgeving, voor zover dat toen mogelijk was, maar ook om niet zelf in te storten van ongeloof en verdriet. En uiteindelijk zag ik toch alles. Ik zag diezelfde avond en daarna de onbewerkte, rauwe beelden die door diverse collega’s van de plek van de ramp waren gemaakt. Ik krijg die beelden nooit meer uit mijn hoofd.

Twee vliegtuigrampen in één mensenleven meemaken is statistisch gezien vrijwel onmogelijk. En toch gebeurde het mij. Want drie jaar daarna maakte ik in de Bijlmer een tweede vliegtuigramp mee, op 4 oktober 1992. Ik was op het moment dat het vliegtuig op Kruitberg neerstortte in de torenflat Kralenbeek, tegenover Kruitberg. Ik stond op balkon, en zag plotseling dat de muur van het naastgelegen flatgebouw lichter werd, alsof er een flinke lichtbundel op werd gericht, en tegelijkertijd hoorde ik iemand schreeuwen: ‘A plane fadon! Mijn god, dat vliegtuig is gevallen!’ Nooit eerder rende ik zo hard in mijn leven, en dat van negen hoog naar beneden. Er zijn tijdens die ramp minder mensen omgekomen, maar voor de rest was het qua beleving precies hetzelfde als in Suriname. Ongeloof. Verstandsverbijstering. Ontreddering. Vragen waar je nooit antwoord op krijgt.

Hoe ga je verder nadat je een, en zelfs twee vliegtuigrampen hebt meegemaakt? Dayenne Denneboom was negen jaar toen haar vader Orniel Codrington omkwam tijdens de ramp op Zanderij. Ook zij heeft het altijd moeilijk rond de datum van 7 juni. In haar blog Leven met de dood van mijn vader vertelt ze waarom ze wederom niet naar de herdenkingsdienst in Amsterdam is gegaan. “Ik ben vanaf gisteren heel emotioneel. Ik wil graag samen zijn met mensen, maar ook weer niet. Ik weet dat ik zou breken tijdens de dienst. Elk jaar weer is het een emotioneel gevecht op deze dag.”

Op de website van HP/De Tijd kon ik lezen hoe Sigi Lens, een van de elf overlevenden, ermee omgaat. Hij heeft er heel lang niet over gesproken in interviews. Kort na de ramp vertelde hij er nog wel over, maar daarna niet meer. “Dat ik het overleefd heb, daar wilde ik niet te vaak mee in de media komen. Voor de nabestaanden van overleden mensen van de ramp. Elke keer als ik mijn verhaal zou doen, zullen zij geconfronteerd worden met het feit dat hún dierbare er niét meer is. Dat wil ik niet. Ik kan me niet voorstellen hoe het is een zoon of dochter te moeten missen. Net zo goed als zij niet kunnen weten hoe het is overlevende te zijn van een vliegtuigramp. Zolang je iets bij een ander niet goed kan begrijpen of inschatten, moet je met die gevoelens voorzichtig omspringen.”

Sigi Lens heeft groot gelijk: iedereen beleeft en verwerkt elke gebeurtenis op zijn/haar eigen manier, en het is verstandig om dat te respecteren en waar nodig elkaar te helpen. Daarom schrijf ik mijn herinneringen voor u op, zodat u ook de uwe kunt beleven en misschien onder deze column wilt delen. Er zijn immers nog steeds veel verhalen te vertellen. Want hoewel het de families waren die in één klap hun geliefden kwijt waren, is de ramp ons allemaal overkomen. Het heeft onze kleine Surinaamse samenleving in zowel Suriname als Nederland keihard getroffen, iedereen kende wel iemand die een familielid of vriend(in) kwijt was, mensen vingen elkaar op, hielpen elkaar, huilden met elkaar. We hebben er allemaal ons eigen verhaal bij.

Na het neerstorten van het vliegtuig in de Bijlmer heb ik keihard gewerkt door er artikelen over te schrijven en mee te werken aan reportages, zodat de zwarte stemmen uit de buurt zichtbaar en hoorbaar werden in de witte media. Na twee maanden stortte ik in van emotionele en fysieke uitputting. Ik had net als de meeste mensen in de buurt last van slapeloosheid, en van het collectieve schuldgevoel dat normaal blijkt bij zulke gebeurtenissen van grote omvang, waardoor mensen die niet zijn overleden zich afvragen ‘waarom ben ik niet dood gegaan en zij wel?’ Dezelfde gevoelens die veel mensen hadden na 7 juni 1989, onder andere omdat ze op het laatste moment besloten niet met die vlucht mee te reizen.

Ik ben een of twee keer naar de herdenking van de Bijlmerramp geweest, daarna niet meer. Ik voelde te veel op 4 oktober. Net als op 7 juni. Daarom ben ik geen enkele keer naar de herdenking van de SLM ramp geweest. Tot afgelopen zaterdag, toen het 25 jaar geleden was dat het vliegtuig op Zanderij neerstortte. Toen ben ik wel gegaan. Het kon ineens, het knopje was om. Het interview met Sigi Lens in HP/De Tijd gaf mij kracht, evenals het zien van de documentaire Wrakstukken over de ramp, uitgezonden op 7 juni op Nederland 2, waarin nabestaanden bij elkaar en met elkaar op zoek gaan naar antwoorden. Ik voelde me verbonden met de mensen in de documentaire, maar ook lichter nadat ik het had gezien.

Het was behoorlijk druk op het ’s Gravesandeplein in Amsterdam, waar het monument voor de omgekomen mensen van de SLM vliegramp staat, met als opschrift: ‘Wij zullen jullie nooit vergeten’. Op dat plein wordt elk jaar de herdenking gehouden. Ik zag mijn gevoelens terug in de gezichten van vrienden en vreemden, die daar allemaal waren met hetzelfde doel. En legde met mijn camera vast wat ik zag, om later te kunnen delen met de mensen die niet durfden of konden gaan, maar het wel hadden gewild. U kunt het fotoverslag van de herdenking op mijn website zien. Edu Nandlal, een van de andere elf overlevenden, was ook aanwezig, ik mocht een foto van hem maken. Net als Sigi Lens is hij niet bij de pakken blijven neerzitten, met dwarslaesie en al heeft hij zijn eigen bedrijf opgebouwd.

Hoe brengt Sigi Lens de datum van de ramp door? In het interview met HP/De Tijd vertelt hij dat hij die dag voor niemand bereikbaar is. “Waar ik dan ben en wat ik doe, dat vertel ik ook aan bijna geen enkel mens. Dat gaat niemand wat aan. Is iets van mezelf. Maar 7 juni is elk jaar weer een zware dag voor mij, dat blijft. Ik beleef deze 7 juni precies hetzelfde als die keer dat het 24 jaar geleden was, of dat het straks 26 jaar geleden is. Met dit soort dingen bestaan er geen jubileums.”

A so a dè. Zo is het. 7 juni zal voor iedereen die het op welke wijze dan ook heeft meegemaakt blijven aanvoelen zoals het was. Door naar de herdenking te gaan heb ik dat nu geaccepteerd, en juist daardoor is het dragelijker geworden. Ik wens alle directe nabestaanden heel veel sterkte toe, weet dat u niet alleen bent in uw verdriet, wij hebben dit allemaal met u beleefd en zullen elkaar blijven helpen met de verwerking. Krakti nanga lobi.

Usha Marhé

[FOTO: Edu Nandlal, een van de elf overlevenden, was ook aanwezig tijdens de 25ste herdenking in Amsterdam]

  1. ramp 11
  2. mensen 10
  3. juni 8
  4. jaar 8
  5. vliegtuig 7