Column: Geen cent subsidie voor Suralco

De chantage-politiek van Suralco om geld af te persen van het Surinaamse volk om haar verliezen te compenseren is onderwerp van heftige discussies in de Surinaamse gemeenschap. Ik borduur voort op mijn eerdere bijdrage op Starnieuws getiteld 'Nationaliseer Suralco'.

Deze discussie hoort geen partij-politieke discussie te zijn. Ongeacht wie in de regering zit, het probleem zal hetzelfde zijn en de oplossingsmogelijkheden zijn beperkt. De oplossing kan twee kanten uitgaan: of het Surinaamse volk moet een deel van haar zuurverdiende geld afstaan aan een multinationaal om diens verliezen te compenseren of de multinational moet leren dat dat geen optie is. Meer oplossingen zijn er niet.

Laten we enkele punten van discussie op een rijtje zetten.
Het eerste punt is een principieel punt m.b.t. de economische visie van een regering; wat is de verhouding tussen de staat (het volk) en particuliere ondernemers? Suriname is geen socialistische plan-economie, dus heeft het geen zin om te fantaseren hoe het zou zijn als dat wel het geval was. In de kapitalistische economie is het principe dat de ondernemer voor eigen rekening en risico zijn onderneming runt. Dat betekent dat als hij winst maakt, hij de winst opstrijkt en als hij verlies lijdt, hij het verlies draagt. Het kan niet zo zijn dat als hij winst maakt, hij rijker wordt en als hij verlies lijdt, de gemeenschap het verlies moet dragen. Bij buitenlandse ondernemers moeten we nog kritischer zijn. De Surinaamse ondernemer besteedt zijn winst veelal in Suriname, maar de buitenlandse ondernemer haalt zijn winst uit de Surinaamse economie en maakt het buitenland rijker.
Als nu een ondernemer meent dat de staat voor zijn verliezen moet opdraaien, geldt dat principe voor alle ondernemers, of voor bepaalde ondernemers? Mogen buitenlandse ondernemers hun verliezen wel en Surinaamse ondernemers hun verliezen niet gecompenseerd krijgen?

Het tweede punt betreft een visie op de langetermijn ontwikkeling van de Surinaamse economie. In de afgelopen 35 jaar heeft zich een diepgaande transformatie voltrokken in de Surinaamse economie. Vier decennia geleden had Suralco Suriname in een wurggreep. Bauxiet was de kurk van de economie. Een vertrek van Suralco zou dramatische gevolgen hebben gehad voor de economie. Intussen is er een behoorlijke diversificatie opgetreden. Olie, goud, toerisme, zakelijke dienstverlening zijn bedrijfstakken die belangrijker zijn geworden. Waar vroeger Suralco 7.000 man in dienst had telt het bedrijf nu minder dan 1000 arbeidsplaatsen. Staatsolie is een belangrijke pijler van de Surinaamse economie. Natuurlijk is bauxiet niet onbelangrijk, maar de krachtsverhoudingen zijn behoorlijk veranderd.

Er is een andere belangrijke economische transformatie. Suriname heeft een goed opgeleide bevolking, die helaas soms door mental slavery een gebrek heeft aan zelfvertrouwen. Maar dat is snel aan het veranderen. Er is een nieuwe ondernemersklasse die in staat is om grote bedrijven op te zetten. Vroeger waren de ondernemers vooral handelaren en vertegenwoordigers van buitenlandse bedrijven. Surinaamse managers runnen nu Staatsolie, Suralco, Telesur etc. Surinaams technisch kader draait de economie. Suriname is nu, meer dan ooit, in staat om haar eigen economie op te bouwen. De stopzetting van de ontwikkelingshulp heeft dat bewezen.
Als Suralco morgen stopt, is dat niet de genadeklap voor de Surinaamse economie. Op grond hiervan kun je de vraag stellen: hoe wil een regering de komende 25-50 jaar de Surinaamse economie inrichten en welke rol zal bauxiet daarin spelen? Mijn visie is dat de regering niet moet reageren op de daden van Suralco, maar Suralco moet leiden. Reageren betekent antwoorden geven in de trant van: ija meneer Suralco, u vraagt en wij draaien of wel niet.
Leiden betekent dat de regering een visie presenteert over de rol van bauxiet in de komende decennia en de rol van buitenlandse bedrijven daarin positioneert. De regering moet Suralco richting geven en niet omgekeerd.
In mijn optiek gelden daarbij de volgende principes.
Ten eerste, de regering maakt geen onderscheid tussen buitenlandse en binnenlandse ondernemers. Dus Suralco, u krijgt geen cent van de belasting die opgehoest is door hardwerkende Surinamers. Dit is vrije markteconomie. U moet uw eigen boontjes doppen.

Ten tweede, Suralco, graag hoor ik van u (liefst voor uw eigen deadline van 13 juni) wat uw plannen zijn als u geen subsidie van het Surinaamse volk ontvangt. U heeft twee mogelijkheden: uw moederbedrijf investeert in u om u gezond te maken of u ziet het niet meer zitten en wilt afbouwen. In het eerste geval wens ik u het allerbeste en vertel uw moedermaatschappij dat wij bewondering hebben voor zoveel ondernemerszin. In het tweede geval ontvang ik graag een plan over hoe u denkt af te bouwen. In het afbouwplan moet een sociaal plan voor de werknemers zijn opgenomen en een plan voor de technische afbouw. Ik zie dit plan graag voor 1 juli 2014 tegemoet.

Ten derde, de regering maakt een integraal plan voor de bauxietsector en de energiesector, omdat die twee nauw verbonden zijn met elkaar. Suriname heeft de experts hiervoor. Ze zitten bij Suralco, Staatsolie, het bauxietinstituut, de vakbeweging en in allerlei sectoren van de samenleving. Ze zitten bij alle politieke partijen. De regering moet zich niet gek laten maken door de druk van Suralco, maar het integraal plan opstellen waarbij rekening gehouden wordt met het afbouw-scenario van Suralco.

Ten vierde, de kwestie van nationalisatie van Suralco. Ik pleit niet voor een geforceerde nationalisatie. Ik pleit voor staatsinterventie in de bauxietsector die niet gebaseerd is op subsidie aan een multinational, maar gebaseerd is op de staat als een leidende actor in deze sector. De leidende actor betekent dat de staat besluit of de bauxietsector wel of geen rol zal spelen in de economie van de komende decennia. Het is dan mogelijk dat bij een afbouw van Suralco de staat de inventaris van het bedrijf overneemt (nationaliseert). Suriname heeft nu de managers en technici om het bedrijf te leiden. Het zal erom gaan om de marketing en internationale markt te veroveren. Het is een behoorlijke klus, maar met Staatsolie heeft Suriname bewezen de mensen te hebben of te kunnen opleiden.
De tijd is voorbij dat Suriname zich laat (mis)leiden door Suralco. De tijd is gekomen dat Suralco wordt geleid door Suriname.

Sandew Hira
  1. suralco 20
  2. surinaamse 13
  3. economie 13
  4. suriname 10
  5. regering 9