OAS bezorgd over financiering verkiezingscampagnes

Hoofd OAS observer missie Irene Klinger (2e van rechts) inspecteert de attributen voor de opening van het stembureau op 25 mei 2010. (Archieffoto's Ranu Abhelakh) De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) zal als observer van de verkiezingen waarschijnlijk haar zorg herhalen over de financiering van politieke partijen en hun campagnes in Suriname. De verkiezingswaarnemingsmissie heeft vijf jaar geleden - na observatie van de 2010-verkiezingen - al aanbevelingen hierover gedaan. “Niet alleen in Suriname, maar in meerdere landen in de regio ontbreekt het aan wetgeving inzake politieke financiering”, zegt OAS assistent secretaris-generaal Albert Ramdin aan Starnieuws.

De OAS volgt vanaf 1991 de verkiezingen in Suriname en 25 mei 2015 zijn de zesde voor de organisatie. Het observersteam telt dit keer 24 personen en staat weer onder leiding van de Chileense econoom en ex-directeur OAS Internationale Betrekkingen Irene Klinger. Zij is dinsdag 19 mei in Suriname. De documenten die de technische zaken regelen rond de missie zijn vrijdagochtend getekend. Het OAS-secretariaat voor Politieke Zaken schreef in het 2010-eindrapport dat de financiering van politieke partijen en hun campagnes gekenmerkt wordt door de afwezigheid van regels of beperkingen op de hoeveelheden die partijen kunnen ontvangen of uitgeven aan de verkiezingen. “De transparantie in de financiering, donaties, sponsoring en op welke wijze dan ook vergaren van (financiële) middelen is nodig om te voorkomen dat illegaal kapitaal stroomt”, verduidelijkt Ramdin. Hij heeft voor het laatst een jaar tot anderhalf jaar geleden nog met Surinaamse parlementariërs hierover gesproken. “Maar het heeft geen zin om dit een jaar voor de verkiezingen te entameren. De financiële wetgeving dien je onmiddellijk binnen één tot maximaal twee jaar na de verkiezingen te regelen.”

Beperkte publieke zendtijd
De OAS heeft modelwetgeving opgesteld en verschillende sessies gehouden met de lidlanden. Jamaica heeft deze opgepikt en verder tot eigen nationale wetgeving uitgewerkt, terwijl Trinidad & Tobago bezig is met wetsvoorbereidingen. “Ik hoop dat, ongeacht welke partij aan de macht komt, de nieuwe Surinaamse regering dit direct tot zijn prioriteit maakt.”

In het 2010-eindrapport heeft de OAS opgemerkt dat de overheid geen directe of indirecte financiering biedt. Politieke partijen en kandidaten moeten voor hun eigen campagnefondsen zorgen. “De Surinaamse diaspora geeft enkele bronnen, maar door de afwezigheid van regels van openheid en beperkingen op buitenlandse donaties is het moeilijk om de betrokken bedragen, groepen en individuen te weten te komen.” Behalve het zorgpunt over de campagnefinanciering, heeft de OAS ook gewezen op de beperkte publieke zendtijd, om ‘eerlijkere kansen te bieden’ aan alle kandidaten. Dit zou volgens de organisatie geen belangrijk punt zijn geweest in het gevoerde politieke debat. “Tot nu toe heeft geen enkele partij actie ondernomen om wetgeving of zelfs een vrijwillige gedragscode over politieke financiering op te stellen en te implementeren.”

Aanbevelingen serieus nemen
Aanbevelingen van de verkiezingswaarnemers worden eerst verbaal aan de Permanente Raad voorgehouden. In het geval van Suriname, duurt het uitbrengen van het schriftelijk rapport wat langer, omdat de presidentsverkiezing ook wordt aanschouwd en meegenomen in het finale rapport. Volgens Ramdin is het de bedoeling dat na elke waarnemingsmissie, de regeringen met de OAS werken aan de minpunten en gezamenlijk naar oplossingen zoeken. Sommige landen werken serieus en gelijk eraan, met of zonder OAS-assistentie.

“Het is altijd een frustratie als aanbevelingen niet worden opgepakt om het systeem/apparaat effectiever te laten werken in de verkiezingen. Elk land heeft van die kleine dingen.” Toegankelijkheid en mogelijkheden voor invaliden, wachtende zwangere vrouwen in de rij, orde handhaving, taalbarrières in de voorlichting, somt Ramdin enkele van deze op. Verschillende landen schenken aandacht aan de aanbevelingen, maar zolang deze voorzieningen, faciliteiten, regels niet wettelijk worden vastgelegd, staan ze open voor interpretatie. “Dit kan leiden tot onnodige wrijving of conflictsituaties op de dag van stemming.”

Naast het Klinger-team in 2010, heeft Ramdin bij de vorige verkiezingen persoonlijk het stemproces op verschillende stembureaus gevolgd. Hij zal komende maandag 25 mei niet aanwezig kunnen zijn in Suriname. Het is de laatste werkdag van Secretaris-generaal José Miguel Insulza en op 26 mei neemt zijn opvolger Luis Almagro het roer over. “Ik volg de politieke campagnevoering in Suriname via de media op de voet en vind de kwaliteit veel minder dan voorheen”, geeft de OAS-topper aan.
  1. oas 12
  2. verkiezingen 8
  3. politieke 8
  4. suriname 7
  5. financiering 6