Veel kanttekeningen bij ontwerpwet algemeen pensioen

De ontwerpwet ‘Algemeen Pensioen 2014’ blijkt na een eerste behandeling in De Nationale Assemblee veel onvolkomenheden te hebben. Volgens assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons is dit al gebleken bij de voorbereiding van de behandeling van deze ontwerpwet tussen het parlement en de regering. Er is toch voor gekozen een begin te maken met de openbare behandeling. Nadat woensdag het parlement in eerste ronde zijn kanttekeningen heeft geplaatst, is aan de regering gevraagd in detail in te gaan op de gestelde vragen.

De behandeling in eerste ronde betrof een globale, waarbij dieper is ingegaan op vraagstukken over hoe de regeling er precies uit zal moeten zien. Het concept verwijst in zeker veertien gevallen naar een of meerdere staatsbesluiten, die nog niet zijn geslagen. Zonder die staatsbesluiten zal de wet niet compleet zijn en onwerkbaar. De leden van de commissie van rapporteurs die deze wet hebben voorbereid, staan er dan ook op dat nog vóór de wet in het parlement wordt aangenomen de regering duidelijkheid geeft over deze staatsbesluiten.

Veel vragen te beantwoorden
De debatten concentreerden zich onder andere rond de rechtmatigheid van een partner van een persoon die in aanmerking komt voor pensioen. De relatie tussen deze wet en andere sociale wetten zoals de algemene ziektekostenregeling en de wet minimumloon. Simons zegt dat er meer wetswijzigingen moeten komen die in het algemeen te maken hebben met alle sociale regelingen van de overheid. Andere vraagstukken waar de regering duidelijkheid over moet geven zijn, uit welke fondsen de pensioenen betaald zullen worden, wat zal er gebeuren met het huidige pensioenfonds, het niet aan belasting onderhevig zijn van het pensioen en ook de voorwaarden waaraan particuliere bedrijven moeten voldoen om uitvoering te geven aan deze wet.

Rechtmatigheid uitkering
Commissievoorzitter Anton Paal (Mega Combinatie/PALU) besteedde vooral aandacht aan de rechtmatigheid van een partner van een persoon die is overleden en in aanmerking komt voor pensioenuitkering. In elk geval staat nu al vast dat onder partner wordt verstaan een persoon die in een huwelijksverband of een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad met de andere persoon. Dat huwelijk of die duurzame relatie moet tenminste vijf jaar hebben geduurd. Hoe dat rechtmatig aan te tonen is ook nog een vraagstuk. Daarnaast zijn er vraagstukken over invaliditeitspensioen, het wezenpensioen voor minderjarige, wettelijke en erkende kinderen. De wet maakt bij het begrip partner geen onderscheid als de partner van de overledene een vrouw of een man is, dit brengt met zich mee dat de regering zich wel zal moeten uitspreken als zij wel of geen voorstander is van huwelijken of duurzame relatie tussen twee personen van dezelfde sekse.

Volgens de regering is de pensioenuitkering een uitbreiding op de algemene oude dag voorziening (aov). Er zal dan antwoord gegeven moeten worden of dit betekent dat verhoging van de aov in de toekomst niet meer zal plaatsvinden. In de ontwerpwet wordt aangegeven dat de pensioenuitkering niet minder dan SRD 500 zal zijn. De commissie heeft er op gewezen dat hiermee indirect wordt aangegeven dat in elk geval een toekomstig minimumloon niet minder dan SRD 500 mag zijn. Bij de discussie is ook geopperd dat moet worden gekeken naar een eventuele verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Met de vele kanttekeningen en vragen waarop de regering antwoord moet geven, is de eerste ronde voor het parlement afgesloten wat de pensioenwet betreft.
  1. regering 7
  2. wet 7
  3. partner 5
  4. behandeling 4
  5. parlement 4