1. vorige
  2. volgende

Bevelhebber zonder leger!

Mijns inziens niet anders te concluderen als gevolg van bepalingen in wet Nationaal Leger (SB 1996 no 27). Enerzijds is namelijk aangegeven dat de bevelhebber de militair is, die met de bevelvoering over het leger is belast (Art 1 sub c/art 4 lid 4). Anderzijdsis aangegeven dat de minister belast met defensie-aangelegenheden(art.1 sub. 6) belast is met het beheer over het leger (art. 4 lid 3).

In de wet op de Krijgsmacht (SB 1975 no 5, art. 7) staat bepaaldelijk aangegeven dat de bevelhebber is belast met de bevelvoering en het beheer over de Krijgsmacht. Zo te zien een ‘geforceerde’ knullige opdeling, uitholling van de functie van de bevelhebber. De facto heeft het leger dus te maken met een bevelhebber en een beheerder.

Een van de vele kwade, conflicterende en of dubieuze, Babylonische bepalingen in de wet Nationaal Leger. Publieke klaagzang, gebeden alsook uitspraken als ‘bevelhebber spreekt dezelfde taal als Gilaard’, ‘Benschop wil ruimte voor beslissingen’ is daar het resultaat van.

De wortel van het kwaad is terug te vinden in de Wet Nationaal Leger. Een pennenvrucht van kortzichtige getraumatiseerde machtswellustige ‘dorpspolitici’ lijdend aan het ‘groen-syndroom’. Onderdeel van hun struisvogelpolitiek in hun streven naar onderwerping van het leger. Blijkbaar is deze lieden de loop van het geweer – de geschiedenis- vanaf de oprichting van de Surinaamse Krijgsmacht ontgaan.

Het leger is duidelijk te typeren als een ‘schip met meerdere kapiteins.’ Een bevelvoerder, een legerbeheerder en ook nog een opperbevelhebber! Competentie-, conflictsituaties (span of controle, conflict of interest), verantwoordelijke- en aansprakelijkheidsaspecten zijn in principe hierbij onvermijdelijk.

Overdenking
Enkele zaken ter overdenking:
1. Is het binnen het staats- en bestuurlijk bestel correct dat de minister belast met defensie aangelegenheden (Besluit taakomschrijving Departementen) belast is met het beheer over het leger?
2. Kan de bevelhebber die slechts belast is met de bevelvoering dan ook verantwoordelijk en of aansprakelijk zijn/worden gesteld voor het leger waar een andere (de minister) het beheer over heeft?
3. Is de functie van bevelhebber als zodanig nog valide? Al in ogenschouw wordt genomen dat de krijgsmachtdelen en zelfstandige onderdelen, elk onder eigen commando staan (art. 7 lid 1, wet NL). De bevelhebber lijkt mij alzo belast te zijn met het opperbevel! Is het niet rationeel de functie van bevelhebber te transformeren naar een in de zin van de eerste, hoogste militaire autoriteit (deskundige) op het ministerie (naast van de minister)?

4. De minister, namens de regering zijnde het bevoegde gezag –voor het leger verantwoordelijk politieke orgaan-, behoort bij uitstek een militaire autoriteit te zijn om gezag over het leger en zijn commandanten te kunnen uitoefenen, waarbij militaire organen binnen het kader van de militaire organisatie hebben te gehoorzamen alsmede gelet op de hiërarchische verhouding en structuur der commandoketen. Het werk in beginsel loopt van de president naar de minister en vervolgens naar de bevelhebber en overige legercommandanten.
5. Is het constitutioneel correct dat de president opperbevelhebber is van de strijdkrachten (art. 4 lid 1 wet NL). In art. 100GW is overigens slechts aangegeven dat de president het opperbevel voert der strijdkrachten. M.a.w de president is/kan geen opperbevelhebber zijn. Het opperbevel voeren is alzo duidelijk een constitutionele bevoegdheid (vanwege het ambt). In artikel 90 GW is immers limitatief bepaald dat de president: - staatshoofd van de republiek Suriname, - hoofd van de regering, - voorzitter van de staatsraad, en van de veiligheidsraad is. De president is het daarnaast (art 94 GW) verboden enige andere politieke bestuurlijke overheidsambt uit te oefenen/te bekleden.
Voor de wetgever/de wetgevende macht voldoende ‘huiswerk’ i.p.v. onnodige politiek gekissebis en zitten onder de amandelboom.

A.R. Ramdjielal
  1. leger 12
  2. bevelhebber 10
  3. belast 8
  4. art 7
  5. wet 6