Emancipatie of boerenbedrog

Een Amerikaanse hoogleraar die jaren geleden, toen ik nog hoogleraar was op de universiteit van Suriname, een bezoek bracht aan ons land om de samenleving te bestuderen, zei me bij zijn vertrek: de kennis van je landgenoten is kilometers lang maar slechts millimeters diep. Dat komt vermoedelijk door het Nederlandse schoolsysteem, dat jullie hebben overgenomen, zonder rekening te houden met plaatselijke omstandigheden. Het Nederlandse systeem werkt met veel vakken, maar van elk vak slechts een heel klein beetje. Dat schept de indruk van veel kennis omdat men over veel dingen kan meepraten. Maar oh wee als je een beetje diep gaat graven. In eigen land hebben ze echter veel mensen die constant zaken onderzoeken en het resultaat van hun onderzoek delen met de medemens in kranten tijdschriften boeken e.d. De strekking is de mensen bij te brengen dat de zaken niet zo eenvoudig liggen en dat ze zich niet moeten bezighouden met zaken waar ze niet genoeg verstand van hebben. Daar houden de Hollanders zich aan. Ze lezen zich te pletter, maar laten ingewikkelde zaken over aan daartoe bevoegden. De Surinamer weet dat suikerziekte iets te maken heeft met suiker en schrapt suiker helemaal uit zijn consumptiepakket. De Hollander krijgt te horen dat suiker is te vinden in allerlei andere producten zoals rijst. Dus wordt hem geadviseerd om zich door een dokter en liefst een specialist te laten voorlichten welke spullen hij mag en welke hij niet mag consumeren.
De Surinamer heeft geleerd dat slangen giftig zijn en doodt ze zonder onderscheid. Maar niet alle slangen zijn giftig. Sommige zijn behoorlijk nuttig. In Wageningen worden ze gebruikt om ratten te vangen die wel degelijk schadelijk zijn voor de oogst. “Er is een mooie taak voor jullie op de universiteit weggelegd in Suriname”, vervolgde hij. “Voorlichting verschaffen. De mensen steeds erop wijzen dat de dingen anders liggen dan ze in eerste instantie geleerd hebben en denken. Met de huidige instelling zullen ze niet ver komen. Ze nemen hun huidige kennis als uitgangspunt voor hun handelen, terwijl dit het eindpunt zou moeten zijn.”
Hieraan moest ik denken toen ik gewaar werd dat de l juli dag weer met rasse schreden nadert en al die mensen met hun geringe kennis weer slechte voorlichting zullen geven in de trant van: Nederland was het laatste land om de slavernij af te schaffen. (Brazilië deed dat pas in 1888).etc.

Afschaffing slavernij
Bij wet van augustus 1862 werd bepaald dat de slavernij in Suriname op l juli 1863 zou worden opgeheven. Big deal, zeggen antikolonialisten en ijveraars voor een anti-Nederlandse houding. De slavernij werd helemaal niet op die datum afgeschaft maar gewoon in een andere vorm voortgezet. De zogenaamde vrijgemaakten dienden immers nog tien jaren lang te pezen voor de onderdrukkers. Nu tegen een hongerloon dat weinig verschilde van de handouts aan voedsel en huisvesting die de slavenhouders verplicht waren geweest hen volgens gangbare verordeningen uit te keren. Waren de mensen die de emancipatie tot stand hadden weten te brengen werkelijk zo pervers en zulke bedriegers als men ons wil doen geloven?
Wie de geschriften doorneemt over de gang van zaken in het Nederlandse parlement tijdens de debatten voorafgaand aan de totstandkoming van de emancipatiewet, zal wel tot de realisatie zijn gekomen dat het heus niet om een eenvoudige bevalling ging. In het proefschrift van onze landgenoot dr. Eugene Waaldijk, dat in 1959 verdedigd werd aan de Westfälische Wilhelms-Universiteit van Münster getiteld: Die Rolle der niederländischen Publizistik bei der Meinungsbildung hinsichtlich der Aufhebung der Sklaverei in den westindischen Kolonien wordt een beeld geschetst van de meningen die hadden geheerst vanaf 1832 toen het eerste wetsontwerp tot afschaffing werd ingediend tot het eindresultaat in 1862. Globaal vielen vier groepen meningen te onderscheiden. Een groep van voorstanders die om principiële redenen tegen de slavernij waren. Dat waren dan de liberalen, de socialisten en de christenen. Buiten het parlement waren er veel abolitionistische organisaties die sinds jaar en dag zonder succes ageerden tegen de slavernij. Tegenstanders waren uiteraard de plaatselijke zetbazen die bang waren voor hun baantjes en de eigenaren van de plantages die bevreesd waren voor hun centjes. Het waren vooral economen die vraagtekens plaatsten bij de plannen van de regering om de slaven zomaar vrij te maken. Ze zagen geen heil in een toekomst van Suriname zonder dwangarbeid. Hun schip op strand was Haïti. Dat land, dat vroeger de rijkste kolonie was geweest, was na de afschaffing verworden tot het armste land van de regio. De voormalige slaven weigerden gewoonweg om te werken. De Haitiaanse autoriteiten hadden de slavernij in allerlei vormen en benamingen moeten herstellen. Dat stond Suriname ook te wachten. Er werd op gewezen dat ons land over een groot reservoir aan potentiële arbeidskrachten beschikte, met name de weggelopen slaven, maar dat pogingen om hen ertoe te bewegen om tegen loon te komen werken niet geslaagd waren. Ze bleven liever in hun hangmatten liggen. Dus arbeiders zouden van elders moeten komen. Zonder arbeiders waren de plantages tot ondergang gedoemd. De productie van suiker ging in Indonesië met sprongen vooruit, terwijl die van Suriname gestaag achteruit ging door de stagnerende aanvoer van slaven en de mentaliteit van de Surinaamse slaven die met de dag onhandelbaarder werden vanwege de afschaffing in 1838 van de slavernij in het naburige Guyana. De Antilliaanse slaven zouden op dat gebied bruikbaarder zijn. De Antillianen werden naderhand vrijgesteld van staatstoezicht.
Een groep tenslotte, maakte zich zorgen over de maatschappelijke toekomst van ons land. Zowel in de Britse koloniën als in Haïti hadden de vrijgemaakten met roof en doodslag in hun levensonderhoud willen voorzien en moesten met nieuwe wetten in bedwang worden gehouden.
In onze emancipatiewet heeft men getracht tegemoet te komen aan alle bezwaren. Als richtlijn daartoe, werd de Code Rural gebruikt, die in 1823 in Haïti was uitgevaardigd en die talrijke bruikbare bepalingen bevatte over de aanpak van de voormalige slaven. Onze emancipatiewet volgt de bepalingen van de Code Rural bijna op de voet.

De bepalingen
Om de eigenaren tevreden te stellen kregen zij een vergoeding van 300 gulden per slaaf. Vervolgens werden premies in het vooruitzicht gesteld voor de aanvoer van nieuwe arbeiders. Volgens artikel 3 van de wet kwamen de vrijgemaakten tien jaar lang onder staatstoezicht. De strekking daarvan was zoals artikel 19 aangeeft de vrijgemaakten te beschermen en op te leiden tot het familie en maatschappelijk leven.
Dit zou worden bereikt door:
a. het weren van lediggang en zwerverij. Mensen die niet zouden werken zouden worden opgepakt en worden gezet op gouvernementsplantages of in werkplaatsen om te werken aan zaken ten algemenen nutte.
b. verplichte arbeid. De voormalige slaven waren verplicht om arbeidsovereenkomsten aan te gaan voor het verrichten van arbeid. Dat hoefde niet perse bij hun voormalige eigenaren. Elke arbeidsovereenkomst diende echter te worden goedgekeurd door de overheid. Het in dienst nemen van mensen zonder arbeidsovereenkomst werd strafbaar gesteld.
c. bevordering van school en godsdienstig onderwijs.
Werkgevers moesten zorgen voor vrije geneeskundige behandeling van hun werknemers. Ook ouden van dagen moesten werken naar vermogen en bekwaamheid. Hulpbehoevenden zouden krachtens de wet door de overheid worden gesteund.

Misschien zullen de knapkoppen die zich tegenwoordig bezig houden met de herschrijving van onze historie wat meer licht kunnen werpen op deze zaak zodat wij precies weten hoe die vermaledijde Hollandse kolonialisten ons hebben uitgebuit. Misschien brengt ons dat wat meer euro’s op, boven de honderden miljoenen die wij al van ze te vorderen hebben blijkens berekeningen van Drs. Armand Zunder. Die waren gebaseerd op de slavenperiode. Hij komt zo op drie honderd miljoen genoegdoening. Geen peseta’s. Iemand moet opstaan (bijvoorbeeld van de nieuwbakken historische faculteit) om berekeningen te maken over de periode daarna. Dan komen daar beslist aardig wat miljoentjes bij.

mr.dr. W.R.W. Donner (emeritus hoogleraar)

  1. slavernij 8
  2. slaven 8
  3. land 7
  4. mensen 7
  5. suriname 6