Monetaire financiering (1)

De Fransozen hebben een gezegde: “par le choc des opinions nous arrivons à la sachesse”. Door met elkaar van mening te verschillen worden we wijzer. Het is niet mijn gewoonte om mij te mengen in discussies over de huidige Surinaamse politiek. Respons blijft namelijk steeds uit en zo word ik niet wijzer en is commentaar op economische handelingen weinig zinvol. Er is niemand die mij wijst op hiaten in mijn redeneringen waardoor ik een beetje wijzer zou kunnen worden. Ik wil een uitzondering maken voor de op gang zijnde discussies over de monetaire toestand van ons land in de hoop dat zij paniekvorming zal voorkomen en deze keer wel zal leiden tot reactie.
Twee economisch deskundigen namelijk de voorzitter van de vereniging van economisten en een hoogleraar in de monetaire economie, hebben zich de afgelopen tijd uitgelaten over onze monetaire toekomst op een wijze die ons de schrik om het lijf jaagt. Beide geleerden voorspellen slechte tijden in het verschiet. Beide geleerden lieten na hun voorspellingen te omgeven met wat in de economische wetenschap gebruikelijk is namelijk om hun voorspellingen te voorzien van de clausule: ceteris paribus: (De voorspelling zal uitkomen bij gelijkblijvende omstandigheden). Je kunt allerlei berekeningen maken en mooie voorspellingen doen dan breekt ergens revolutie uit zoals in Syrië of in de Oekraïne en je berekeningen blijken waardeloos te zijn. Of er doet zich een gunstig geval voor, je ontdekt een goudader, en je zit op rozen en je sombere voorspellingen blijken waardeloos.
In de tweede plaats is het gebruikelijk dat onaangename uitkomsten worden voorzien van alternatieven. Economen zeggen het zo: Het verdient aanbeveling om dit en dat te doen of na te laten om te voorkomen dat de uitkomsten negatief uitwerken.
Ter financiering van haar verkiezingscampagne heeft de regering enorme bedragen opgenomen bij de Centrale Bank om die te verdelen onder haar aanhang, met als enige tegenprestatie een stem. Daar hoeven we niet over te lamenteren. Dat gaat ook zo in veel andere landen. Alleen in Costa Rica worden verkiezingscampagnes gefinancierd door de overheid naar evenredigheid van het aantal stemmen dat een partij kan opbrengen en is het onmogelijk om buiten de begroting om, geld uit te geven om aan stemmen te komen.
Voor de aankoop van stemmen leende de regering Bouterse enorme bedragen van de Centrale Bank. Dat kon gemakkelijk. Hier te lande is de Centrale Bank puur een afdeling van het ministerie van Financiën of een arm van de President des lands. Dus de regering heeft lak aan bankwetten.
Om de loop van dit geld te volgen zouden wij gebruik moeten maken van wiskunde om te zien wat er van periode tot periode ermee gebeurt, maar dan wordt dit essay niet meer leesbaar voor de leek. We zullen daarom trachten in huis tuin en keukentaal uit te leggen wat er de afgelopen jaren gebeurde, thans nog gebeurt en in de toekomst zal plaatsvinden.
Een jaar of wat geleden berichtten de media dat de Centrale Bank enorme hoeveelheden gedrukte bankbiljetten had laten aanrukken en men hield zijn hart vast voor wat er stond te gebeuren. De regering leende dit geld van de Centrale Bank en gebruikte het om aan mensen te geven die in de terminologie van de Keynesiaanse economie vallen in de categorie van mensen met een high propensity to consume. Dat zijn mensen die alles wat zij ontvangen direct weer uitgeven. In de landen met een hoog industrieel gehalte die kampen met overcapaciteit (Economen geven dit aan als een hoge aanbodselasticiteit) zijn deze mensen een zegen.. Ze geven alle geld weer uit en daardoor wordt de industrie opgepept. Deze vorm van geldsmijterij door de overheid wordt aangeduid als helikoptergeld. Je gooit vanuit een helikopter geld naar de mensen. In geavanceerde landen wordt dit middel toegepast bij (conjuncturele) werkloosheid om het bedrijfsleven te stimuleren. Dat noemt men dan monetaire financiering. Het brengen van geld in circulatie.
In landen zonder overcapaciteit, met een geringe aanbodselasticiteit zogezegd, leidt dit meerdere geld niet tot meer productie maar tot inflatie. Het meerdere geld gaat concurreren met het al circulerende geld. Men spreekt van bestedingsinflatie. (internal pull. Het geld trekt de prijzen de hoogte in).
In landen zonder noemenswaardige eigen productie, zoals ons land, verdwijnt bijna alles wat de mensen extra ontvangen in de supermarkets en vandaar naar het buitenland. Weinig wordt uitgegeven aan plaatselijke producten uit de primaire sector, landbouw, veeteelt, visserij die bovendien wegens de beperktheid van de menselijke maag nauwelijks is aan te zwengelen.
De supermarkets gebruiken de ontvangsten om deviezen te kopen om hun schappen aan te vullen en het oorspronkelijk door de centrale bank uitgegeven geld lekt bijna in zijn geheel weg. We spreken van import lek.
In economische termen zeggen we dat de multiplier (het aantal keren dat het geld zichzelf vermeerdert) bijna nihil is. De invloed op het nationale inkomen is verwaarloosbaar.
De deviezenvoorraad fungeert als buffer om de klappen op te vangen.
De uitgaven van de overheid bleven niet beperkt tot dit helikoptergeld. (het uitgeven van geld zonder iets blijvends daarvoor te krijgen).De overheid liet ook werken uitvoeren met een blijvend karakter. Bruggen, wegen en gebouwen. Ze deed dat op de pof. Om de werken uit te voeren moesten de ondernemingen geld lenen bij het bankwezen, dat daarvoor liquide middelen (cash) moest aanspreken.
De banken plegen een bepaald percentage van hun deposito’s in cash aan te houden om te voldoen aan verzoeken van de deposanten aan kontanten. Ze zagen een mooie gelegenheid om wat extra’s te verdienen en haalden zo hun kassen bijna leeg. Met deze bedragen konden de ondernemingen die voor de overheid werken uitvoerden, lonen en importen betalen. De bedragen vloeiden via de supermarkets en importeurs weer het land uit. (wordt vervolgd)

Mr. dr. W.R.W. Donner (Oud hoogleraar economie)

  1. geld 14
  2. centrale 6
  3. bank 6
  4. mensen 6
  5. landen 5