Verkiezingsproces op orde brengen

Over 9 – 10 maanden zullen de verkiezingen in Suriname worden gehouden. Suriname heeft de traditie om goede kredietwaardige verkiezingen te organiseren, waarvan buitenlandse waarnemers ook getuige kunnen zijn. In het kader van de meest recente reshuffling van ministers – door het in ongenade vallen van een coalitiepartij – zijn verdachtmakingen geuit met betrekking tot manipulatie van de verkiezingen via het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarvoor was er al het gerucht dat er een plan in de maak was om blokvorming voor de verkiezingen wettelijk te verbieden. Recent was ook aan de orde de betrokkenheid van de dc’s bij de partijpolitieke activiteiten en in het bijzonder de campagneactiviteiten en de formele rol van de dc als onafhankelijke voorzitter van het districtskiesbureau. Aan de orde is regelmatig dat de huidige coalitiepartijen er alles aan zullen doen om te blijven aanzitten. Er is vanuit de oppositie getracht een bepaalde sfeer te creëren en als we nagaan met welke regelmaat er corruptiezaken aan de orde zijn geweest, dan kunnen de insinuaties enige ingang vinden bij het publiek. Wat de corruptie aangaat heeft deze regering – evenals de vorige – een heel slechte job gedaan. In elk geval moeten er geen grappen gemaakt worden met de verkiezingsstructuren die in de wet zijn verankerd. Belangrijk zijn de districtkiesbureaus/hoofdstembureaus, het centraal hoofdstembureau en het onafhankelijk kiesbureau. Bij de bemensing van de kleinere kiesbureaus waar de burgers specifiek gaan stemmen, moet ook zorgvuldigheid in acht worden genomen. Bij de vorige verkiezingen is vanwege een stringente toepassing van de wet een bepaalde partij uitgesloten van deelname aan de verkiezingen in bepaalde districten. De politieke partijen moeten deze keer grondig worden ingelicht over de vereisten en de toepassing van de wet. Oude emoties en gevoelens van benadeling moeten niet de kop opsteken, omdat ze aanleiding kunnen zijn voor onlusten en intimidatie. Nu is er onzekerheid omtrent de leiding van het hiërarchisch hoogst ingestelde OKB. Biza zou de aflopende aanstelling van de voorzitter willen verlengen, maar de voorzitter zelf heeft twijfels. Aanleiding van die twijfels zijn dreigementen die zouden zijn geuit vanuit segmenten van de partij, die uitgesloten werd in bepaalde districten voor het niet in acht nemen van de exacte deadline in 2010. De OKB-voorzitter gaat ervan uit, en terecht, dat de Biza-minister haar zou moeten hebben uitgenodigd voor een gesprek over de invulling van de toch wel zware post. Inderdaad rijst de vraag in hoeverre het van goed bestuur en respect naar de voorzitter getuigt als medegedeeld wordt dat de aanstelling mogelijk zal worden verlengd. Juister zou het zijn geweest om mede te delen dat de regering van haar kant de aanstelling zou willen verlengen. Afgaande van wat allemaal gesteld wordt over de komende verkiezingen, moet wel rekening gehouden worden met de bezwaren die er allemaal zijn geopperd omtrent de invulling van het OKB en centraal hoofdstembureau. Verschillende politieke partijen wensen immers een andere invulling van deze organen. De Biza-minister moet immers volgens de Kiesregeling het OKB de inlichtingen verschaffen die het bureau voor de uitoefening van zijn taak nodig acht. Het OKB moet jaarlijks vóór 1 april verslag hebben gedaan aan de regering en DNA over zijn werkzaamheden in het afgelopen dienstjaar. Dat moet dus in april 2014 zijn gebeurd. In dit rapport kan het OKB ook zijn punten van zorg kenbaar maken. Met betrekking tot de bedreigingen aan het adres van de OKB-voorzitter denken we aan de plicht van het OKB om binnen 2 maanden na de verkiezingen (laatstelijk dus uiterlijk 25 juli 2010) verslag uit te brengen aan de regering en DNA over het door hem uitgeoefende toezicht op de gehouden verkiezingen. Het punt van de bedreigingen zijn kennelijk duidelijk opgenomen in dit rapport, hetgeen impliceert dat de Biza-minister aan het einde van de aanstellingstermijn van het OKB daarop moet inspelen. De wettelijke taak van het OKB is toezicht te houden op de algemene verkiezingen. Niet minder essentieel is de taak om de uitslag van de verkiezingen voor de samenleving bindend vast te stellen. Het OKB moet samengesteld zijn uit ten minste 7 leden en 3 plaatsvervangende leden, allen door de president benoemd en ontslagen. De benoeming geschiedt voor 6 jaren. Men kan terstond worden herbenoemd. Het is de president die uit de leden voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter aanwijst. De Kiesregeling praat niet van benoeming na voordrachten of consultaties van bijvoorbeeld de politieke partijen vertegenwoordigd in DNA. In principe staat het dus de president vrij om naar eigen inzicht het OKB samen te stellen en eventueel alsnog te ontslaan en te vervangen. Wat dit laatste betreft, worden de grenzen van de mogelijkheden in de wet opgenoemd. Belangrijk nu zijn het bereiken van de 65-jarige leeftijd en ‘wangedrag of ongeschiktheid of bij gebleken voortdurende achteloosheid in de waarneming’ van hun ambt. Bij de reshuffling van de Biza-minister ging het om de kiezerslijsten. Het OKB ziet volgens de wet toe dat de kiezerslijsten met zorg zijn samengesteld en doorlopend zijn bijgewerkt, en onderzoekt of deze in overeenstemming met de nodige verbeteringen en aanvullingen zijn bijgewerkt. Op verzoek van het OKB brengt de Biza-minister bij constatering van onjuistheden de nodige verbeteringen en aanvullingen in de kiezerslijsten aan. Het OKB ziet erop toe dat elke kiezer tenminste 3 dagen vóór de stemming de wettelijk voorgeschreven oproepingskaart al ontvangen heeft. Het OKB
ziet er ook op toe, dat zoveel mogelijk uniforme instructies met betrekking
tot het optreden van de stembureaus worden gegeven en dat de stembureaus op de voorgeschreven wijze hun werkzaamheden verrichten. Bij klachten omtrent een niet-behoorlijke functionering van een hoofdstembureau of stembureau treft het OKB onverwijld noodzakelijke maatregelen. Uit de wet blijkt dus dat het OKB essentiële taken heeft met betrekking tot de verkiezingen. Ten aanzien van zijn bemensing moet de nodige zorgvuldigheid in acht worden genomen na een gedegen voorbereiding en afstemming met directe stakeholders.

  1. okb 18
  2. verkiezingen 12
  3. voorzitter 8
  4. wet 6
  5. biza 6