Landbouwer heeft plaats in Staatsraad en Tripartiet Overleg

In het Ontwikkelingsplan 2012-2016 van de regering Bouterse-Ameerali is er te lezen “dat bijzondere aandacht is ingeruimd voor de agrarische ontwikkeling. Het beleid van de regering op het gebied van de agrarische sector richt zich primair op het waarborgen van de voedselzekerheid en de te volgen strategie op dit gebied heeft als doel een verhoging van de agrarische productie door het ontwikkelen van duurzame productiesystemen in het gehele land, dus zowel in de kustvlakte als in het binnenland. Palmolie, Rijst, Groente en Fruit, Bacoven, Sierteelt, Veeteelt, Visserij en Aquacultuur zullen als resultaat moeten hebben dat Suriname de voedselschuur wordt van het Caribisch gebied”.

Verder staat in de beleidsnota van het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV) 2010-2015; ”dat Surinaamse landbouwbedrijven moeten transformeren om de concurrentiepositie en een marktaandeel in de Caribische markt te verwerven. De transformatie houdt in dat middels strategische planning en het proces van continue verbetering van hun waardeketen, een concurrerende prijs, hoge kwaliteit en leveringsgaranties kunnen worden gerealiseerd. Daarbij zal de beschikbaarheid van landbouwgronden één van de vereisten moeten zijn om de export te verhogen. Ondernemers die bijdragen aan de exportproductie moeten voldoende gefaciliteerd worden. De ondernemers moeten geïnteresseerd worden om kapitaal investeringen te plegen in de productie en verwerking van landbouwproducten, waardoor er een waarde toevoeging plaatsvindt. Volgens LVV zal het ministerie van Buitenlandse Zaken de economische diplomatie moeten opvoeren voor het promoten van het Surinaamse product”.

Uit cijfers blijkt dat Suriname in 2009 rond 163.215 ton aan agrarische producten geïmporteerd heeft met een totale waarde van U$D 133,5 miljoen.
Zetten we de importgegevens tegenover de export en de totale productie van groenten die voor de lokale markt ter beschikking was, dan zien we dat we iets meer produceren dan importeren aan groenten en dus een overschot van rond de 1700 ton hebben. Anno 2014 moeten we intussen – ook met een nieuwe minister- jammerlijk constateren dat de landbouwcijfers en interpretaties van de 5e landbouwtelling (2008-2009) nimmer tot beleid is gepromoveerd.
Als uitvloeisel van de Planwet moet er een Planraad (SB 1981 no. 18) samengesteld worden, waarbij “ in het belang van een verantwoordelijke sociaal- economische ontwikkeling van Suriname - het noodzakelijk is, de representatieve organisaties van werkgevers, werknemers en landbouwers in geïnstitutionaliseerd verband bij de nationale – en regionale planning te betrekken”.

In de wet samenstelling en bevoegdheden van de Staatsraad (SB 1988 no. 95) wordt in lid 2 genoemd de leden die voor benoeming voorgedragen kunnen worden,te weten. a. de in de DNA vertegenwoordigende politieke partijen; b. de gezamenlijke vakbeweging en c. de gezamenlijke werkgeversorganisaties.
In de verschillende wetten en beleidsnota’s zijn genoeg aanknopingspunten te vinden om te moeten constateren dat de overheid, secundaire- en tertiaire sector rijkelijk bedeeld zijn in de verschillende staatsrechtelijke besluitvormingsprocessen, terwijl de primaire sector – de landbouw- geen enkele plaats heeft binnen de ontwikkelingsvisie van een onderontwikkeld land. Immers het niet toelaten en geven van een plaats voor landbouwersbelangen maakt deze alleen maar illusoir en bovenal discriminatoir.

De andere bevoordeelde afgevaardigden die er al zijn, zullen natuurlijk nimmer een pleitbezorger worden om een nieuwe groep, voor hun bedreigde groep toe te laten. Altijd al hebben de reeds gearriveerde sectoren in de totstandkoming van afvaardiging in het besluitvormingsproces, de primaire sector in de steek gelaten en stiefmoederlijk behandeld. Daarin moet vooral gezien worden dat de uiteenlopende beleidsmakers en bestuurders, de landbouw willens en wetens geen plaats hebben willen geven en moeten we vooral niet geloven dat de huidige werknemers- en werkgeversorganisaties in de voorste linie in deze fase als pleitbezorgers zullen staan. Nogmaals hun plaats is al gegarandeerd.
Het roer moet om en laat het vooral de minister van LVV zijn die als eerste stevige trekker en lantaarndrager deze welverdiende plaats voor de landbouw in de Staatsraad en Tripartiet Overleg aankondigt en melden dat deze posities onder zijn resterende ministerschap aanstaande zijn.

Mr. Ramesh Malahe
  1. plaats 5
  2. agrarische 4
  3. sector 4
  4. landbouw 4
  5. gebied 3