Merkwaardigheden uit ‘s lands vergaderzaal

Gisteren vroeg in de ochtend zijn de begrotingen van de 17 ministeries aangenomen met meerderheid van stemmen in DNA. Met de goedkeuring van de begrotingen heeft de regering een cheque om een bepaald bedrag uit te geven, uiteraard als dat bedrag in kas aanwezig is. Er hebben zich bij de begrotingsbehandeling enkele markante zaken voorgedaan, waar we hier de nadruk op willen leggen. Opmerkelijk waren de kanttekeningen geplaatst door de DNA-voorzitter en de Juspol-minister met betrekking tot het gebruik van de uitdrukking ‘geboefte Marrons’. De Juspol-minister is vanwege het Besluit Taakomschrijving Departementen de minister belast met de zorg voor ‘de handhaving van de fundamentele mensenrechten en vrijheden’. Onder deze ‘fundamentele mensenrechten’ vallen onder meer de grondrechten zoals vervat in onze grondwet, waaronder artikel 8 lid welke aangeeft dat niemand ‘op grond van zijn geboorte, geslacht, ras, taal, godsdienst, afkomst, educatie, politieke overtuiging, economische positie of sociale omstandigheden of enige andere status gediscrimineerd’ mag worden. De inheemse en tribale volken zijn in nagenoeg alle landen waar ze voorkomen, onderworpen aan discriminatie en dat is in Suriname niet anders. De Juspol-minister moet daarom zich altijd vrijpleiten of zich nader verklaren wat haar positie op het stuk van de grondenrechten betreft. Naar ons oordeel moet de uitspraak van de minister in het groter geheel van haar uiteenzetting worden bekeken en heeft zij juist getracht om – met gebruikmaking van woorden die door de agerende partij (Abop) – binnen en buiten het parlement zelf zijn gebruikt, om aan te geven dat ze rekening houdt met artikel 8 van de grondwet.

Zij heeft trachten aan te geven dat het discriminatieartikel burgers niet immuun maakt tegen acties die getroffen worden vanuit valide gronden. Wat dit betreft is het overduidelijk dat de minister met woorden, die door de klagende partij zijn gebruikt, haar punt heeft willen maken. Wat wel niet goed uit de verf is gekomen, is het vermeende ‘conflict of interest’ bij het aantrekken van het advocatenkantoor, waar de minister vroeger leiding aan gaf en welke nu door haar dochter wordt gerund. Suriname is partij bij het Inter-Amerikaans verdrag tegen corruptie. Bij de preventie en bestrijding van corruptie legt het toezichthoudend orgaan Mesicic zwaar de nadruk op het elimineren van conflict of interest. Wanneer de dochter van de Juspol-minister een contract sluit met de Staat Suriname c.q. de regering om juridische diensten te leveren, dan is er een schijn van deze belangenverstrengeling. Het verweer dat ‘anderen’ het besluit hebben genomen om haar het contract aan te bieden, snijdt geen hout omdat zij haar invloed kan aanwenden om die ‘anderen’ (collegaministers, de president, de vp of functionarissen op het kabinet van de president) aan te moedigen of te bewegen om het contract niet toe te wijzen. Ook in het ‘bidding process’ kunnen er onvolkomenheden voorkomen zoals voorkennis. Bij contracten voor juridische diensten dient de Jupol-minister ‘clean’ te zijn, omdat volgens het hierboven genoemd staatsbesluit zij belast is met de zorg voor ‘de vertegenwoordiging van de Staat Suriname in rechte’ en ‘de wetgeving en het verlenen van juridische adviezen ten behoeve van de staat’ (artikel 6 sub e en sub c). Het ‘verweer’ van de minister in DNA was dus niet steekhoudend en overtuigend. Ook het verweer van haar dochter dat men de minister via haar wil ‘pakken’ omdat men haar rechtsreeks niks kan doen, snijdt geen hout. De minister van Juspol heeft immers ook weinig plannen voor het komende dienstjaar gepresenteerd, ondanks het feit dat ze een aantal fundamentele statements heeft gemaakt en acties heeft aangehaald met betrekking tot corruptie, mensenhandel en slavernij en kindermishandeling en kindermisbruik.

De minister is belast met ‘de voorbereiding, tot stand brengen en herziening van regelingen betreffende constitutionele aangelegenheden’. Er wordt al jaar en dag gesproken dat de grondwet van Suriname niet deugt, wat zijn de vorderingen van een eventuele grondwetscommissie? Wanneer hebben we resultaat? In dit kader valt ook de wijziging van de kieswetgeving. Teleurstellend was het optreden van de minister van Financiën. De minister moet zijn tempo opschroeven en ook eens aangeven wat zijn departement heeft gedaan. Het lijkt alsof er op Financiën niet veel gebeurt, los van het ouderwets dichtknijpen van de geldkraan voor de verschillende ministers, waarvoor niet veel innovatie aan de dag gelegd hoeft te worden. De minister komt zo met een eeuwenoud verhaal van de directe en de indirecte belastingen. De noodzaak van een verschuiving in de onderlinge verhouding tussen deze twee belastingsoorten is al lang en breed gemotiveerd en in DNA geaccepteerd, al enkele regeertermijnen terug.

Waarop we nu wachten zijn concrete acties en deadlines die maar niet gepresenteerd kunnen worden. Een groot deel van de presentatie van de minister was algemeen gepraat om de issues heen, zonder concreet te worden. Opmerkelijk was de onveranderde houding van de econoombeschermengelen van de regering in DNA. Deze heerschappen zijn te snel ‘content’ en met felicitaties. Wat men heeft helpen aanrichten door blindelings beschermen en goedpraten en fout informeren, is nog niet tot hen doorgedrongen. We hebben nu een goedgekeurde begroting, waarin nauwelijks ruimte is om beleidsmatregelen uit te voeren. De personele kosten slokken ook nu het leeuwendeel van de begroting op.

  1. minister 17
  2. dna 5
  3. juspol 5
  4. suriname 5
  5. regering 3