De Allesweters (deel 2)

Analyse van het probleem
De president is niet mijn favoriet. Maar ik ben het toch gloeiend met hem eens wat hij daar beweert. Het probleem met ons land is namelijk, dat de telkens terugkerende ziekte (de cyclische ziekte) samenvalt met de structurele ziekte waaraan ons land sinds jaar en dag lijdt (de absorptie van het bevolkingsaccres) en waartegen maar geen kruid schijnt te zijn gewassen. Waaraan nog moet worden gevoegd de consumptieve achterstand. De armoede anders gezegd.

Structuurbeleid
Elk volk groeit. Dat vraagt om arbeidsplaatsen om de nieuwe burgers op te vangen. De arbeidsplaatsen worden in de vrije markt economie zoals wij die kennen, gecreëerd door innovatieve ondernemers die nieuwe dingen bedenken, voor de productie waarvan arbeiders benodigd zijn om hen daarbij te helpen.
De overheid heeft daarbij slechts een aanvullende en soms begeleidende taak. Zij moet het voor de particuliere ondernemers gemakkelijk maken om te kunnen gedijen. Dat kan zij doen door:
1.Zaken te entameren die de ondernemers niet zelf kunnen maar die wel noodzakelijk zijn voor de productie. Bijvoorbeeld de aanleg van wegen, bruggen, kanalen, havens e.d. De economen spreken van infra structurele werken.
2. Zij moet de burgers zodanig opvoeden en vormen dat ze kunnen voldoen aan de behoeften van de ondernemers. Ook deze bezigheid wordt soms aangeduid als infrastructuur.
3.In landen als het onze, waar het aantal ondernemers schaars is, moet de overheid zorgen voor het aantrekken van buitenlandse ondernemers. Dit kan zij doen door bekwame functionarissen in het buitenland te stationeren.
Slechts in uitzonderingsgevallen gaat de overheid over tot de productie van goederen of diensten en dan wel slechts in die gevallen waarin het bedrijfsleven het laat afweten, maar productie noodzakelijk wordt geacht voor de gemeenschap. Bijvoorbeeld de bouw en exploitatie van ziekenhuizen.

Belang
Een bloeiend bedrijfsleven is van belang, niet alleen om het accres van de bevolking te absorberen maar tevens om de middelen op te brengen via de belastingen, die de overheid nodig heeft voor andere belangrijke taken zoals zorgen voor de binnenlandse orde (politie, rechters) en de bescherming van de burgerij tegen aanranding van buiten (leger), in de moderne tijd de sociale politiek (zorgen voor armen en behoeftigen) en de cultuurpolitiek (zorgen voor musea en de esthetische opvoeding van de burgerij).
Ik heb doelbewust de melding van natuurlijke hulpbronnen uit de beschouwing gelaten omdat ik niet van oordeel ben dat ze een grote rol spelen in\ de structuurpolitiek. Ze kunnen immers gemakkelijk worden betrokken van elders en bezit daarvan niet automatisch leidt tot vooruitgang.

Mijn mening
Wat ik zal betogen is niet nieuw. Met de ervaring die ik had opgedaan in groeiende economieën, zoals Nederland, Costa Rica, Barbados en de USA die het zonder natuurlijke hulpbronnen beter doen dan ons land, schreef ik jaren geleden een paar boeken met voorbeelden hoe we het zouden kunnen doen. Ik dacht daarmede onze landgenoten een genoegen te kunnen doen. Ze verschenen onder de volgende titels.
‘Creative destruction and economic progress’, ‘Naar een welvarend Suriname’ en ‘Suriname and the CARICOM, the burpy path to integration’. Ze moesten alle wegens gebrek aan belangstelling uit de handel genomen worden.
De academici van wie zou worden verwacht dat ze toch wel kennis zouden willen nemen van meningen over de toekomst van het eigen land, lieten ze gewoon links liggen. Ik kwam een dame in het ziekenhuis tegen die vertelde economie te doceren aan de universiteit die bekende nog nooit van mij gehoord te hebben. Dat was toch wel gek. Wat vertelde ze dan aan de studenten? Ook van mijn romans had ze nooit gehoord, terwijl die in belangrijke bladen als de New York Times waren besproken. Ik zei haar dat ze zich niet behoefde te schamen over haar onwetendheid. De economistenclub wist ook niet van mijn bestaan af, terwijl mijn wetenschappelijke artikelen over de economie van Suriname zijn verschenen in o.a. Social and Economic Studies van de University of the West Indies, Caribbean Studies van de Universiteit van Puerto Rico en mijn boeken in alle wetenschappelijke bibliotheken in het Caribisch gebied kunnen worden geraadpleegd. Ook op internet wordt bladzijden lang over mij geouwehoerd. Maar de economisten van dit land hebben nog nooit van mij gehoord. Vinden ze wat ik zeg niet belangrijk genoeg. Gek is dat!
De moderne kenniseconomie verwacht steeds meer kennis van de burgerij. Inclusief de kennis van mensen waarvan men niet houdt. Kortgeleden verklaarde de fractieleider van de regeringspartij dat hij de democratie in ons land verder zou uitbouwen door het volk steeds meer te betrekken bij het beleid. Meer inspraak geven. Dus als er in Parijs gediscussieerd wordt over de verwarming van de aarde en de positie van de bossen daarin, dan moeten het traditionele gezag en de bewoners van het binnenland ook daarin gekend worden. Het wordt echt tijd dat wij met beide benen op de grond gaan staan. Als wij de binnenlandbewoners destijds inspraak hadden gegeven hadden we nooit een Brokopondodam gehad en hadden we nog steeds kokolampu’s.

Ik heb dus niet de illusie dat mijn beschouwingen aan het denken zullen zetten. Waarom ik dan toch schrijf? Och, om te entertainen en als vrije tijdsbesteding voor mensen die aanleiding zoeken in mijn geschrijf om zich te ergeren.
Ik was van plan hier te stoppen daar wij in Suriname geen dingen lezen boven de vier A viertjes, maar ik merk dat ik nog een paar A viertjes ter beschikking heb en wil hier daarom wel een voorproefje geven van wat ik zal gaan beweren in het vervolg op dit essay. Misschien zal dit uw nieuwsgierigheid prikkelen.
Het is idioot om president Bouterse de schuld te geven that we are broke. Meneer Bouterse is het prototype van de Surinaamse mens; de homo Surinamensis zogezegd. Hij symboliseert de Surinaamse mens. Eigenlijk zou men dus de totale bevolking moeten beschuldigen van de ontstane situatie dat er nauwelijks geld in kas is om salarissen van de vele ambtenaren of schulden te betalen.

mr.dr. W.R.W. Donner (oud-hoogleraar economie)

  1. land 6
  2. ondernemers 6
  3. economie 4
  4. productie 4
  5. overheid 4