Meningen botsen in strafproces Decembermoorden

PARAMARIBO, 8 apr – De nabestaanden van de op acht december 1982 geëxecuteerde mannen zijn het principieel oneens met het Openbaar Ministerie. Dit bleek tijdens de behandeling van de strafzaak van verdachte Edgar Ritfeld. De nabestaanden eisen het recht op om zich te mogen ‘mengen’ in het strafproces.

Het gaat dan om het totale strafproces, niet alleen wat Ritfeld betreft. Ook in de strafzaken van de andere ruim twintig verdachten zouden de nabestaanden zich moeten kunnen mengen als ‘beledigde partij’. Het OM kijkt er ietwat anders tegenaan. “Ze erkennen dat grote betrokkenheid van de nabestaanden zou moeten. Alleen zegt het OM dat zij in de Surinaamse wet geen juridische grondslag ziet. Dus ze zijn het er mee eens, alleen kan het niet volgens het OM, omdat de juridische grondslag ontbreekt”, zegt mr. Hugo Essed, vertegenwoordiger van de nabestaanden.

Uiteraard legt men zich er niet bij. Binnenkort wordt een verzoekschrift gericht aan de krijgsraad om de nabestaanden toe te staan zich te mengen in het proces. Bovendien wordt aangedrongen op het beëindigen van de schorsing van de strafzaken tegen Desi Bouterse en de andere verdachten. De schorsing volgde op de aanpassing van de amnestiewet, die nu ook de periode rond eind 1982 dekt. “We hebben in het verzoekschrift er uitdrukkelijk op gewezen dat in het vonnis van het Hof van januari alle gronden aanwezig zijn om de schorsing op te heffen”, aldus Essed. Het vonnis hief de schorsing in de zaak Ritfeld op.

  1. nabestaanden 6
  2. schorsing 4
  3. ritfeld 3
  4. mengen 3
  5. strafproces 2