Welke zijn de grootste misvattingen die Nederlanders hebben over Suriname

Welke zijn de grootste misvattingen die Nederlanders hebben over Suriname, vroeg de journalist me in Amsterdam. Ach meneer, zei ik, het is een uitzending van acht minuten, niet een marathonzitting van vijftig uren. Hij moest erom lachen, gelukkig. Maar hij zette me wel aan het denken.  

Volgens mij is één van de grootste misvattingen van een boel (gelukkig niet alle, rustig maar!) in Suriname geinteresseerde Nederlanders, dat het gros van de Surinamers zich druk maakt over wat zij van ons denken. Dat we zitten te wachten op hun meningen en waardeoordelen. Op hun advies over zaken die wij zelf ook wel weten. Wat me het meest stoort is de toon waarop het gezegd wordt, de redder-in-noodtoon. "Ik meen het echt heel goed", eindigt zo een conversatie over corruptie en wanbeleid en vriendjespolitiek en meer van die dingen, dan. Jullie kunnen er anders ook wat van, is mijn vast antwoord op zo een monoloog, gevoerd op meevoelende toon.

Een andere irritatie (want wat is een irritatie anders dan mijn reactie op een uitgesproken misvatting) is Bouterse synoniem stellen met Suriname. Zelfs voor het President Bouterse was. "Hoe is het met Bouterse?" wordt me dan gevraagd als openingszin. "Ik zou het niet weten, ik zal het hem vragen als ik hem zie", zeg ik dan soms, of, als ik echt vervelend wil zijn: "Niet zo goed, hij had wat migraine toen ik hem laatst zag." Natuurlijk weet ik ook wel dat de vraag eigenlijk iets anders inhoudt. Tegenwoordig is de vertaling - hoe is het leven onder Bouterse als President, of nog algemener: hoe is het in Suriname? De vereenzelviging van onze complexe maatschappij met duizenden uitdagingen, verwonderingen en mooie dingen, met één persoon is irritant. Ik vraag ook niet hoe het met Geert Wilders gaat als ik een willekeurige Nederlander spreek. Tenminste, niet als openingsvraag. Ik vraag ook niet hoe het mogelijk was dat hij gedoogpartner van een kabinet mocht spelen, dus wil ik ook niet gevraagd worden hoe het mogelijk is dat Bouterse President heeft kunnen worden. Moet ik het kiesstelsel gaan zitten uitleggen aan mensen die eigenlijk alleen hun eigen ei kwijt willen? Ik dacht het niet.

Een andere misvatting is dat sommige Nederlanders, en Surinaamse Nederlanders denken dat onze wereld zich beperkt tot Suriname en Nederland. Maar voor velen van mijn generatie, en hopelijk de generaties na mij, is de wereld veel groter. En veel dichterbij.

Dit weekend komen in Amsterdam twee, of zelfs drie, van mijn werelden bij elkaar. Het Nederland waar zoveel van mijn geschiedenis als Surinamer aan is verbonden - en waar meer dan de helft van mijn familie en vrienden woont. En aan de andere kant, de wereld waar ik me het meest thuis voel - de wereld van de Caraibische kunstenaars - van maatschappijkritische schrijvers, de mensen die denken, schrijven, toneel maken, zingen en dichten over dezelfde dingen als waar ik me ook druk om maak.

Het festival heet heel toepasselijk 'Read My World'. En zo sta ik hier temidden tussen de mensen wiens woorden mijn wereld beschrijven. Of ze nu uit St. Lucia, Trinidad, Barbados, Haïti, Jamaica of Guyana komen - we herkennen de verhalen, de mensen, de politici, de humor.

Ik zie de twee auteurs uit Haïti voor het eerst. En binnen één minuut liggen we in een deuk van het lachen. "Your president and my president...", zei ik, en zij vullen aan: "something happened there!" We lachen, twee presidenten die samen zingen op een podium, het zijn net twee broers, beamen we allemaal, één die zingt, en de ander die denkt dat hij kan zingen. We kijken uit over het IJmeer, maar gevoelsmatig zitten we aan de Caribische Zee. We begrijpen elkaar, ook al spreken we niet dezelfde taal.-.

gangadwt@gmail.com
  1. suriname 5
  2. bouterse 5
  3. president 5
  4. wereld 5
  5. nederlanders 4