Surinaamse Nederlanders in Tweede Kamer: ‘Bouterse huidig probleem in Suriname’

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van het Nederlandse parlement heeft donderdag een speciale vergadering gehouden over de actuele situatie in Suriname. De actuele situatie had te maken met het 8 decemberstrafproces, waarbij tegen Desi Bouterse, nu president van Suriname, 20 jaar is geëist door het Openbaar Ministerie. Het staatshoofd, zijn regeerbeleid en de ontwikkelingen met betrekking tot de Decembermoordenstrafzaak waren de rode draad bij de hearings tussen Tweede Kamerleden en vertegenwoordigers van Surinaamse organisaties. Dave Ensberg, voorzitter collegebestuur Biezonderwijs, en Grace Boldewijn, directeur en mede-eigenaar van ingenieursbureau BoCari Engineering, zien een belangrijke rol die een samenwerking tussen Nederland, de Verenigde Staten en Frankrijk kan vervullen om het regeerbeleid van Bouterse aan te spreken. Ensberg heeft de Nederlandse regering vooral opgeroepen Suriname niet bilateraal, maar multilateraal aan te spreken over zaken waaronder het 8 Decemberstrafproces. Boldewijn ziet het leiderschap van Bouterse als het probleem waarin Suriname momenteel verkeert. Ze is van oordeel dat De Nationale Assemblee (DNA) het aftreden van de president moet eisen. In de tussentijd zou de opvolger voorlopig belast worden met de waarneming van de leiding. Ook Romeo Hoost, Hans Moison en Jay Pahladsingh hebben het gehad over Bouterse. Pahladsingh, gezin-relatietherapeut, wil openbaarmaking van alle dossiers die te maken hebben met de rol van Nederland bij coup van 25 februari 1980. Deze dossiers zijn ook een heet hangijzer geweest bij het 8 decemberstrafproces.

Humanitaire hulp, uitvoering Toescheidingsovereenkomst, AOW- gat en visumvrij reizen
Fiscaaljurist Robby Makka, voorzitter van Kenniskring Nederland, heeft Nederland opgeroepen Suriname humanitaire hulp te bieden. Ram Rambaratsingh, vicevoorzitter van de Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN), heeft aandacht gevraagd voor de uitvoering van de Toescheidingsovereenkomst, het AOW- gat en visumvrij reizen van Surinamers naar Nederland. Rambaratsingh benadrukt dat in artikel 2 van de Toescheidingsovereenkomst vast is gelegd dat de onder dit verdrag vallende Surinaamse Nederlanders het recht hebben te allen tijde met hun gezin onvoorwaardelijk tot Suriname te worden toegelaten en in alle opzichten als Surinamer te worden behandeld. Verder staat in de toelichting in de Handleiding op pagina 15 dat Surinamers die feitelijk allen Nederlanders waren in Nederland niet als willekeurige vreemdelingen zullen worden behandeld. Tussen Nederland en Suriname bestaan immers historische, culturele en familiaire banden. Voor de mensen die hiervoor in aanmerking komen, betekent dit dat zij zonder visum naar Suriname mogen reizen, zich niet bij de vreemdelingendienst hoeven te melden en geen visumgeld hoeven te betalen. Degenen die hiervoor in aanmerking komen, zijn meerderjarige in Suriname geboren Nederlanders die op 25 november 1975 hetzij woonplaats hetzij werkelijk verblijf buiten Suriname hadden inclusief zijn/haar echtgenote/echtgenoot en tot 2001 geboren kinderen volgens Artikel 5 lid 3. In oktober volgt een Kamerdebat over de actuele situatie in Suriname. De commissie Buitenlandse Zaken zal nagaan in hoeverre een bezoek aan Suriname mogelijk is.

FR

  1. suriname 12
  2. nederland 7
  3. bouterse 4
  4. nederlanders 4
  5. zaken 3