Over uitlatingen Irene Pengel aan adres Venetiaan

Een bron van leugenachtige en respectloze hersenspinsels spuit dagelijks ‘zijn’ vuiligheid in de ether boven ons land. In dat kader heeft het volk van Suriname onlangs mevrouw Irene Pengel bij herhaling op herhaling mogen aanhoren. Normaliter geldt wat ondergetekende betreft, voor de vuilsmijterij uit de hier bedoelde bron, het principe “laat maar waaien”. Echter heeft mevrouw Irene Pengel het met haar uitspraken zó bont gemaakt, dat een reactie niet mag uit blijven.
Ten eerste heeft mevrouw Irene Pengel de gemeenschap geschokt door te proberen uit te leggen dat zij parallellen ziet tussen haar vader Johan Adolf Pengel en de huidige machthebber in ons land, die de hulp van een dubieuze amnestiewet heeft moeten inroepen om zich te vrijwaren van verdere vervolging als verdachte van meervoudige moorden voorafgegaan door weliswaar inmiddels verjaarde brute martelingen. Het zij mevrouw Irene Pengel gegund om wat dan ook over haar vader te beweren. Tenslotte gaat het om háár vader en zal zij weten waarvoor zij een dergelijke contraprestatie meent te moeten leveren. Maar de gemeenschap moet eraan worden herinnerd en vooral de jongeren moeten weten, dat Pengel inderdaad een machtig politicus was, maar dat in zijn tijd misdaden als die waarvoor de huidige machthebber niet voor de rechter durft te verschijnen, door niemand in Suriname als mogelijke gebeurtenissen in ons eigen land, werden beschouwd. De politieke nalatenschap van Johan Adolf Pengel is niet bezoedeld door zulke en andere criminele daden en terecht heeft hij een plaats in, wat ik zou willen noemen, de “Hall of Honor” van de NPS.
Ten tweede is daar de bewering van mevrouw Irene Pengel dat het ondergetekende is geweest die in februari 1969 met de Bond van Leraren, als deel van de Fols, de val van de regering Pengel heeft bewerkstelligd. De Bond van Leraren is pas in augustus 1969 opgericht, met inderdaad ondergetekende, R. R. Venetiaan, als eerste voorzitter en verder leden die zich niet konden verenigen met de gang van zaken tijdens de staking in januari 1969 van de Velmek, de door Nederlandse leraren gedomineerde Vereniging van Leraren bij het Middelbaar en Kweekschoolonderwijs. Ondergetekende was sinds 1966 uit de Velmek getreden en bovendien was hij samen met de mededirectieleden van AMS/Lyceum in het geheel niet eens met de argumenten van de Velmek-staking. Bedoelde directie is door blijven werken en heeft in verband daarmee de nodige stenen naar zich toegeworpen gekregen. Juist in de principiële opstelling van ondergetekende en nog één collega-directielid, die namelijk hun directieplaats opgaven, meende Premier Pengel een aangrijpingspunt te vinden om de Velmek-staking tot een einde te brengen.
De regering Pengel is in februari 1969 niet door druk van de vakbeweging ten val gebracht. De Fols-staking, die kort na het einde van de Velmek-staking werd ingezet, betrof een pakket van volledig legitieme vakbondseisen, een pakket dat onderhandeling met de regering geheel of gedeeltelijk hoopte te realiseren en dat inderdaad de persoonlijke ondersteuning van de leraar Venetiaan genoot. Om zich aan die onderhandelingen te onttrekken, besloot premier Pengel de portefeuilles van hemzelf en zijn ministers ter beschikking te stellen van de gouverneur. Zonder onderhandelingspartner zou de Fols de staking moeten opheffen. De verwachting van Pengel was, dat hij de opdracht zou krijgen voor de vorming van een nieuwe regering. De Nederlandse opdrachtgevers van de gouverneur besloten echter anders en er werd een interim-regering benoemd: de regering Pengel was definitief ten einde. Het is niet duidelijk welke redenen mevrouw Irene Pengel heeft, om ondergetekende de val van de regering Pengel in de schoenen te schuiven. (De interim-regering bleef van maart tot november 1969 in het zadel, organiseerde verkiezingen en droeg de regeermacht over aan de VHP/PNP-regering, die op grond van het verkiezingsresultaat gevormd was).
Ten derde heeft mevrouw Irene Pengel enkele beweringen die zij toeschrijft aan een politieman Cadogan en aan meneer Getrouw. Wanneer ondergetekende stelt dat het pure leugens zijn, dan is het niet de bedoeling om genoemde heren onaangenaam te zijn. Ondergetekende houdt er rekening mee dat de informatie bij mevrouw Irene Pengel is vervormd. Inderdaad heeft ondergetekende als voorzitter van de braintrust bij de algemene staking van 1973, een aantal “straatacties” ontworpen. Maar altijd binnen de legaliteit en steeds respectvol naar de autoriteiten toe. Stenen gooien? O nee!!! Gaarne hoort ondergetekende de heren zelf aan het woord als zij inderdaad iets van beschuldigingen hebben aan zijn adres.
Ten vierde het incident met de erevoorzitter Henck Arron op Grundyari. De gelegenheid betrof een vergadering van het congres van de NPS onder leiding van de congresvoorzitter en met o.a. de verkiezing van een partijbestuur op de agenda. Er was een verkiezingscommissie benoemd om de verkiezingen te leiden. Zoals het hoort had in elk geval ondergetekende, kandidaat zijnde, zich uit de verkiezingsvergadering teruggetrokken en bevond zich in de bestuurskamer op de bovenste verdieping van het partijgebouw. Elke bewering over betrokkenheid van ondergetekende bij het incident met erevoorzitter Henck Arron is een puur kwaadaardige leugen. Mevrouw Irene Pengel moet maar eens vertellen wat het scenario was van haar en haar vrienden van “Trefpunt 2000”. Men mag ook weten dat al de zogenoemde “Trefpunters” die de partij en de partijprincipes trouw gebleven zijn, door de ondergetekende als partijlid met respect zijn behandeld en sommigen zelfs door hem met succes voor hoge posten in staatsorganen zijn voorgedragen.
Er is nog een heleboel beweerd in het programma. Maar vindt u het s.v.p. goed dat ik het hierbij laat.

Runaldo Ronald Venetiaan

  1. pengel 19
  2. ondergetekende 13
  3. mevrouw 9
  4. irene 9
  5. regering 9