Column: Politieke Borrelpraat (PBR) deel 227

“Wat kan je doen als een vliegmaatschappij jou met een OK-ticket keihard op Zanderij achterlaat, vanwege overboeking?”
”Niets! Al maak je lawaai daar, al smijt je jezelf op de grond en rol je de koprol, zoals die nazaten van Berg en Dal toentertijd, al scheur je je de kleren van het lijf en krijg je winti zoals sommige van die occupentenvrouwen wiens bouwsels weggedozerd werden, al wat je ook doet, je blijft met je goedkope ticket achter op Zanderij.”
“Bye-bye Aruba. Leve Kwansel-air.”
“Goedkoop is duurkoop.”
“Niet zo cynisch, heren. Het had jou maar moeten overkomen. En laten we eerlijk zijn; de onzen hebben niet bepaald de laagste vliegtarieven ter wereld.”
“Zoals vaker is gebleken: in dit soort gevallen ben je in dit land aan de heidenen overgeleverd. Niemand die je wat zinnigs kan zeggen of die je vergoedt.”
“Bekende werkwijze; doen de onzen ook.”
“Inderdaad, er is geen wettelijke bescherming tegen malafide vliegtuigticketverkopers en ticketprijsopdrijvers.”
“Mi switi Sranan: nog steeds een winSTgewest: kom, sla je slag, verdwijn snel met je winst en laat de berooiden achter.”
“Goed dat een DNA-lid deze wettelijke ticketmanco zelf constateerde.”
“Reden temeer om meer aan dit soort dingen daar in ’s lands vergaderzaal te werken, dan om aan allerlei kwaakrum, kwooram en kwierumspelletjes mee te doen.”
“De oppositie heeft gelijk: als de coalitie niet kan aantonen dat zij de meerderheid in DNA heeft, moet je aftreden, opzouten, aftaaien, ophoepelen, wegwezen...”
“Ja, ja, jij zit alleen maar te azen op vervroegd aftreden van deze regering, om jouw clubje graaiers en jatters vervroegd aan de macht te helpen.”
“Dat is nonsens wat je daar uitkraait. Als je enig democratisch fatsoen hebt en je kan niet meer bogen op de meerderheid, moet je vervroegde verkiezingen uitschrijven.”
“Dat moet echt niet! Je kan alvast proberen om vanuit de oppositie wat leden los te weken en naar de coalitie te doen overzwaaien, zodat je weer een meerderheid hebt.”
“Of je kan de resterende tijd met een minderheidsregering regeren.”
“Zit Baas daarom de laatste tijd de RvM-vergaderingen aan, in plaats van die Pipo Mehr-Ali?”
“Weet niet, ben er niet bij.”
“Of je kan met de oppositie gaan dealen: wat willen jullie om quorum te geven?”
“Ze willen alvast meer spreektijd.”
“Wel, als ze dat zo graag willen, dan geef ze. Dan doen ze eindelijk wat voor al die tienduizenden srd per persoon die ze ons als belastingbetalers per maand kosten.”
“Toch luistert alleen hun aanhang naar dat geschreeuw en gelellebel van ze.”
“Nee, we gaan niet met de oppositie praten; ze willen over onze ruggen heen politiek scoren.”
“En ik heb toch zo de pest aan die Karel de Kristen die gewoon quorum geeft, ik bedoel, is hij nou coalitie of oppositie?”
“Die man is gewoon parlementariër die z’n verantwoordelijkheden kent en per geval nagaat waar hij zijn stem geeft. Zo moeten parlementariërs eigenlijk handelen en niet als voorgeprogrammeerde ja of nee-knikkers.”
“Die nog erbij uit politieke vechtlust de behandeling van belangrijke wetten in het belang van dit volk saboteren.”
“Maar door quorum te geven, houdt Karel deze rommelregering in stand.”
“We laten de term ‘rommelregering’ voor jouw rekening; ik kan ook zeggen: deze rommeloppositie.”
“Dan houdt Willem de Vierde van Oranje dit rommelbewind ook in stand door de leider daarvan een vriendelijke groet te sturen.”
“Liever na viereneenhalf jaar ten goede gekeerd, dan vijf jaar ten hele gedwaald.”
“Waarom pas nu die ommezwaai en die teruggroet naar Willem?”
“Wijsheid komt met de jaren.”
“Ach nee, dit is een steengoeie politieke zet. Hiermee neemt mijn Baas de Hollandse wind uit de zeilen van jouw Sheriff.”
“Hoezo?”
“Nou, Chan, hamer barka Bhaan, zal de vriendschappelijke betrekkingen naar Holland toe hernieuwen als hij Pres wordt. Hij scoort daarmee goed in Den Haag vooral. Wel, dan scoort mijn Baas nog beter door nu al, als pres zijnde, de relatie met Nederland te verbeteren, en nog wel rechtstreeks door koning Willem IV of is hij V de groetjes terug te zenden.”
“Jawel, mooi toch? Al die Surineds daar springen een gat in de lucht, ze gaan Brasa Dei daar vieren met de Alexandergroet als goed geschenk.”
“Dan kunnen ze beter en sneller van beide wallen eten.”
“Mijn gunst, hoor weer een kleinzielige uitspraak hier, echt weer zo een dorpsjaloerse reactie. Die Nederlanders van Surinaamse afkomst kunnen een enorme ‘boost’ voor ons land betekenen, met hun kennis, hun expertise en niet te vergeten: vooral met hun euro’s. Dat is neks ‘van beide wallen eten.”
“Maar dan moeten ze wel zeker één ding afleren als ze hier voor een tijdje komen overwinteren of overzomeren of tot rust willen komen na al dat zwarte-Pietgedoe daar.”
“Wat moeten ze dan afleren?”
“Om hier maar steeds te vergelijken met daar.”
“Ai, daar ben ik met je eens. Ik heb een tante die hier elk jaar rond deze tijd is. Maar elke keer is het weer:’Bij ons in Nederland komt men z’n afspraken op de minuut na, daar ben je bij wet als consument beschermd, daar wordt je beleefd in de winkel aangesproken, daar stoppen ze voor je bij het zebrapad en daar zus en daar zo.”
“Maar die dingen zijn toch waar? Hoeveel voetgangers zijn hier bijvoorbeeld al niet op het zebrapad omvergereden?”
“Dan ga me zeggen hoeveel zebrapaden je nog ziet! Alleen in Suriname verslijt die witte straatverf zo snel.”
“Of wachten we totdat de Chinese asfaltwerkers de zebrapaden en stopstrepen voor ons komen witten?”
“En andere Surineds komen ons steeds voorkauwen hoe we Nederlands moeten praten; jullie moeten niet zeggen ‘ik heb honger, dat lijden die mensen in die vluchtelingenkampen. Jullie moeten zeggen: ‘ik heb trek’, en geen ‘gasbom’, maar gasfles, en geen ‘Iaa’, dat geluid maakt een ezel, maar gewoon ‘Ja’, en dat soort dingen.”
“Weer een andere komt bij me klagen, want de dokter waar ze naar toeging heeft haar gebokt. Ze noemde die doc bij haar voornaam:’Dag Els, ik kom mijn bloeddruk effe tjekke.’ Doc Els piki a dame:c’Ik ben dokter Van Hogename.”
“Ja, en als ze voor langer hier blijven en hun mondige kinderen hier op school zetten, botsen die na drie minuten al frontaal tegen onze autoritaire onderwijs-attitude.”
“Maar daar mogen we wel wat van leren, want nog teveel onderwijsgevenden laten geen enkele opmerking of insteek van leerlingen toe. Je bent meteen vrijpostig en brutaal en wee gebeente als je moeder op school komt en met haar aardappelaccent juf de les komt lezen dat die in het repetitieschrift van de leerling ‘hij wordt’ fout heeft gerekend.”
“Nee baya, dat moet je hier niet durven. De dokter, de ambtenaar achter het loket, de politieman, de leerkracht, velen van hen voelen zich halve goden die zich Hoge Mensen wanen; al zijn ze zo fout als een omgevallen deur, no durf fu corrigeer den; suma na yu?”
“Maar goed, we hebben dus een nieuwe ambassadeur van het Koninkrijk in ons Graafschap Plunderland. Met de over-en-weerse vriendelijk groeten.”
“Mij zegt dat niet zoveel; ik ben die Hollandaanbidderij zo een beetje ontgroeid. Pas als dat hinderlijke visum afgeschaft en de ticketprijs daarheen gehalveerd wordt, zal ik wat blij zijn. En ook dat beetje groetjes uitwisselen zegt me niets. Gewoon formeel gedoe.”
”Willem van Franje aan Desie Fouterse: ‘Hai, dag! Me moeder sprak veel over je. Zin in een biertje?”
“Antwoord: ‘Nee dank je, Winston de Lakei wil niet, maar hij heeft je ambassadeur deze keer wel een stoel aangeboden.”
“Dus na viereneenhalf jaar stoer doen toch maar een beetje bakzeil halen en wat vriendelijker worden, wat suku-taki doen, want anders missen we beiden een boot.”
“Die bakra’s zien met lede ogen hoe hun ex-kolonie een tweede Hong Kong Beijing Shanghai wordt; zelfs het oerhollandse warenhuis Kersten wordt achter zinkplaten omgetoverd tot een heuze tjaina city-mall.”
“Je kan zeggen wat je wil, maar die gele mannetjes weten te werken.”
“Kunnen we Wilgo en z’n staakbond daar niet een paar maanden op werkbezoek sturen?”
“Ja, maar die overheid moet z’n afspraken wel eerst nakomen, vooral als je weet dat je een Wilgo Koffer en sem ‘gang’ onder je leerkrachten hebt.”
“En ik geef een rondje voor al die drielingen die in de watten gelegd worden.”
“In plaats van een gouden bracelet, zou ik ze een spaarbankboekje geven om hun studiekosten straks te kunnen dekken.”
“Ik zeg: driemaal hoera voor onze straks jarige republiek.”

Rappa
  1. zeggen 6
  2. oppositie 5
  3. komt 5
  4. komen 4
  5. jaar 4