Column: Politieke Borrelpraat (PBR) deel 230

“Zo, de lijst van wapenfeiten van Mijn Leider, de kleine indiaan uit Kasawinika, wordt steeds langer, nu komt daar de uitbreiding van de Staatsolie-raffinaderij bij.”
“Dit is een wapenfeit van al die Staatsoliewerkers en hun binnen- en buitenlandse contractors, en van niemand anders.”
“Zeker niet van de aandeelhouder die alle winsten van het bedrijf maar afroomt, daarmee de investeringen en verdere groei van het bedrijf stagneert om dat te werpen in dat bodemloos vat dat ‘de ambtenarij’ heet.”
“Jullie praten zo, omdat jullie gewoon afgunstig zijn, jaloers zijn. Tijdens jullie regeerperiode kwamen alleen kapotte bruggen van de grond.”
“Daarom vond Marc Dijk aan de Waal dat grootlint in de gouden orde van de weet-ik-veel niet zo een goed idee; terecht droeg hij deze onderscheiding meteen over aan de totale Staatsoliefamilie.”
“Inclusief natuurlijk vakbondsleider Lees, yes, Read my lips, die heel graag steeds gehoord wil worden in ruil voor het bewaren van de vakbondsvrede in het bedrijf.”
“Terecht wil hij politieke benoemingen zo veel als mogelijk buiten het bedrijf houden.”
“Dat heeft zowat elk staatsbedrijf tot nu toe kapot gemaakt.”
“Read-my-lips heeft tenminste een beter vakbondsbeleid dan Wilgo Koffer die met z’n staakkrachten steeds op strategische momenten onrust zaait binnen het middelbaar onderwijs.”
“Die onderscheiding aan Marc I, baron van Olie was tevens zijn afscheidscadeau. Eli wordt de nieuwe grote roerganger.”
“Straks gaan we rijden op onze eigen benzine, yeah, yeah.”
“Je doet alsof je die gratis gaat krijgen; vergeet dat maar. Je gaat daar ook keihard voor betalen.”
“Wat zal ons voordeel dan zijn?”
“Dat de staat zoveel miljoen dollars minder aan import van deze benzine en diesel zal hoeven uit te geven.”
“Geweldig, dan blijven er meer dollars over om niet-productieve assembleeleden en allerlei politiek geregelde ambtenaren op dienstreizen te sturen, liefst naar verafgelegen landen, zodat de daggelden lekker kunnen oplopen.”
“Maar dat betekent ook dat de productie van Staatsolie die hier wordt verkocht afgaat van hun export.”
“Maar dan importeren we minder aardolieproducten.”
“Jawel, maar denk nou eens een keertje door: waar haalt Staatsolie dan de dollars vandaan om die enorme schuld op die raffinaderij af te lossen? De binnenlandse verkoop levert hun alleen een truck vol papiergeld op; daarmee lossen ze hun buitenlandse schuld niet af. Daarvoor hebben ze valuta nodig.”
“Plus door de tegenvallende prijzen van olie zakt ons één miljard bedrijf eind dit jaar hoogstwaarschijnlijk naar ‘een half miljardbedrijf.”
“Maar ik las een artikel van een ingenieur die zegt dat deze raffinaderij alleen de dikke, stroperige aardolie van Staatsolie kan verwerken en de voorraden daarvan zijn binnen 15 jaar op.”
“En als we in die tussentijd gewone, dunne aardolie vinden dan?”
“Die ingenieur ziet de kans daarop even groot als de kans dat een casinobezoeker miljonair wordt. Plus kan de raffinaderij die dunne olie niet verwerken, of er moet weer een dure uitbreiding komen.”
“Ach nee, we laten die dunne olie gewoon dik worden.”
“Hoe?”
“Door onze babbelaars van de Assemblee erop los te laten. Die praten en kletsen er zodanig op en roeren er zodanig met hun oeverloos gekibbel in, dat die dunne olie binnen no time zo dik als stroop wordt.”
“Wil je wat meer respect opbrengen voor onze volksvertegenwoordigers?”
“Ik wil wel, maar kan niet. Eentje schreeuwt laatst naar een journalist:‘Je hebt boter op je hoofd, je moet je werk professioneler doen.”
“Ik zou terugschreeuwen:’En jij hebt een hele margarine- en vettenfabriek op je hoofd en begin jouw werk daar in ’s lands vergaderzaal ook professioneler te doen.”
“Dan zou ik terugschreeuwen:’Hou je mond, jo omlaaggevallen vuller van de botsautokrant.”
“Dan zou ik terugschreeuwen:’Doe je mond daar in die zaal open, jo omhooggevallen jeugdparlementariër.”
“Dan zou ik weer schreeuwen:’Panka-lanka, Misiklari, un hori mi, want m’o klaar’a misselijke garnaal dies. Ik slik hem in één keer door.”
“Dan schreeuw ik terug:’Dan zou je meer hersens in je maag dan in je hoofd hebben.”
“Wat een toestand; dat clubje ‘praat-veel, doet-weinig’ moet echt voor het grootste deel bij de komende verkiezingen vervangen worden door beter geschoolden die in ons belang willen werken.”
“Maar wie dragen al die kandidaten voor? De leden van de partij of de partijtop-kliek?”
“De DNA-leden moeten meer wetten aannemen die de verdiencapaciteit van dit land sterk vergroten.”
“Zoals de wet op het verplicht stellen van het publiceren van de jaarrekeningen van NV’s en deze verplicht te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Weet je hoeveel honderden miljoenen aan belastingen de staat misloopt omdat vele NV’s flink manipuleren met hun jaarcijfers, omdat er geen wet is die hen verplicht de boeken jaarlijks na te laten trekken door een externe accountant?”
“En als ze drie vergaderingen achter elkaar geen quorum in DNA hebben, vervalt hun salaris met alles erop en eraan, met twee dienstreizen incluis, voor twee maanden.”
“En wie moet zo een wet goedkeuren? Zij zelf, dus je kan ernaar fluiten.”
“Terecht heeft die Democracy Unit een open brief aan alle 51 leden geschreven. Hebben jullie die gelezen? Goeie brief mang, met sterke punten.”
“Nou, ik weet niet of het aan mijn computer ligt, of aan het medium waarin het verscheen, maar ik heb zelden zo een slecht ge-layoute en warrelig, emotioneel en haastig opgestelde brief gelezen. Als dit het niveau is van wat er in de plaats van Bouwfah, Misiklarie, AsiToemaar, Starriesh Stereorath en de rest moet komen, dan liever blijven deze, echt waar.”
“Ach, je praat zo omdat je er niet tegen kan dat deze democracy-jongeren ook die onmachtige coalitie van jou te grazen nemen.”
“Ik vind dat ze in hun brief zeer terechte, hoewel niets nieuws onder de zon- opmerkingen maken, maar die leggen geen zoden aan de dijk; degenen die er lering uit moeten trekken, die 51 onmachtigen in ons huis van Democratie... ”
“Je bedoelt die broko planga oso van onze democratie... ”
“Wil je me niet onderbreken? Ik zei dus... dat die 51 volksvertegenwoordigers om deze brief zullen lachen en rustig zullen doorgaan met hun politiek gekibbel.”
“Ja, maar dan wat zouden die jongeren van de Democracy Unit moeten doen?”
“In actie komen, zoals die homo’s en lesbiennes en transvertieten en ultra- en biosexualisten die in optocht liepen tegen dat liedje waarin een bekende en gerespecteerde zanger de luisteraars oproept om seksueel andersgeaarden een bullet door het hoofd te jagen.”
“Zo ging het toch ook in Hitler-Duitsland? Eerst haat opwekken tegen Joden, zigeuners, zwarten, mismaakten, gehandicapten, chronisch zieken en andere minderheden, zoals homo’s. Die moesten allemaal afgemaakt worden, want ze waren een plaag voor het edele Germaanse ras, ze verzwakten het bloed en de raszuiverheid.”
“Eindstand: al die minderheden verdwenen met miljoenen in de gaskamers. Willen we dat hier ook hebben?”
“Moet je aan die handjeklapkerkjes vragen die deze onverdraagzaamheid propageren.”
“Weten jullie dat het vaker is gebleken dat de fanatiekste schreeuwers tegen iets, juist deel waren van dat iets?”
“Dan heten we een land te zijn waar mensen verdraagzaam andersdenkenden accepteren. Ik merk daar steeds minder van.”
“Ik weet niet van jullie, maar ik begin stroom te hamsteren, want met een gesubsidieerd stroombedrijf met een opgelopen schuld van 1500 miljoen srd, kan na 1 januari niets anders verwacht worden dan een fikse stroomprijsverhoging.”
“Tja, net voor een verkiezing? Ik denk dat het voor de bevolking net erna zal volgen.”
“Ai boi, alles zal dan omhoog gaan, ook de prijs van een shot sopi. Ik zie 2015 somber tegemoet.”
“Als ik je was, zou ik minder beginnen te drinken, dan spaar je je geld en je lever.”
“Okay jongens, leve het leven en onze lever. Een shot sap. Proost.”

Rappa
  1. bedrijf 5
  2. olie 5
  3. brief 5
  4. staatsolie 4
  5. raffinaderij 4