Sranan Sabiman : de slavenhandel - II

Onderstaand artikel is een fragment uit het boek van Piet Emmer over het begin van slavenhandel in Afrika - met als belangrijkste uitgangspunt;

Waar kwamen de Surinaamse slaven eigenlijk vandaan?

Dit is deel 2 - deel 1 is gisteren (zaterdag) gepubliceerd.

De achtergrond

Afrikanen verkochten elkaar niet, maar de ene natie verkocht onder bepaalde voorwaarden leden van een andere natie.

In die tijd (en niet alleen toen) hadden de Europeanen evenmin het gevoel als Europeanen onderling oorlog te voeren.

De Fransen vochten met de Engelsen en de Pruisen met de Russen en ga zo maar door. Net als de Afrikanen waren de Europeanen er heilig van overtuigd dat ze hemelsbreed van elkaar verschilden.


De economie mag dan verklaren waarom er slaven uit Afrika werden geëxporteerd, deze wetenschap geeft ons echter geen antwoord op de morele vraag:

"Waarom maakten de Afrikanen elkaar tot slaaf en waarom verkochten ze elkaar?"

Een deel van het antwoord op deze vraag is simpel: er bestonden in die tijd geen 'Afrikanen' evenmin als 'Europeanen' trouwens. Nu echter de moeilijkste vraag:

"Waarom waren er in Afrika slaven?"


Om bovenstaande vraag te beantwoorden moeten we buiten ons culturele kader treden. Overal, behalve in West-Europa, was slavernij letterlijk de gewoonste zaak van de wereld.

In Oost-Europa bestond er ook nog volop slavernij, zelfs nog anderhalve eeuw geleden. West-Europa vormde een rare uitzondering, een slavenloze enclave in een wereld vol slaven. De slavernij en de slavenhandel in Afrika waren dus gewone instituties en geen exotische ontsporingen van de Afrikaanse moraal.

Afrikanen maakten elkaar tot slaaf - in Europa was dat verboden

Zo gezien is het beter te vragen waarom er in West-Europa geen slaven waren dan ons steeds te verbazen over de slavernij in Afrika. Vergelijken we West-Europa met andere delen van de wereld, dan is juist de vrije arbeidsmarkt exotisch, niet het ontbreken ervan.

In Afrika, Indiaans Amerika en Azië konden vele belangrijke economische activiteiten alleen met slaven worden uitgevoerd. Havens, schepen, mijnen en plantages werden in die werelddelen alle door slaven bemand. Gek genoeg gebeurde dat in West-Europa niet.

Een groep van Zanj (Bantu) slaven
– Zanzibar - rond 1889 –

Meestal was dat geen probleem, omdat er voldoende aanbod was van jonge, arme mannen en vrouwen. Soms waren er echter onvoldoende vrijwilligers zoals de planters in tropisch Amerika moesten ervaren.

In zo'n geval hadden de West-Europese landen er in economisch opzicht verstandig aan gedaan de slavernij in te voeren; armen, landlopers, krijgsgevangenen en strafgevangenen waren er genoeg.

De West-Europese cultuur verbood nu eenmaal dat de 'eigen soort' tot slaaf werd gemaakt. De daarmee verbonden economische nadelen nam men op de koop toe.

Slavernij was toen wereldwijd - behalve in West-Europa - heel normaal

Met de bevolkingsdichtheid heeft het verschijnsel slavernij niets te maken, zoals wel eens is gesuggereerd.

Delen van Azië waren net zo dichtbevolkt als West-Europa en toch bestond daar volop slavernij. Het slavenloze West-Europa was in de toenmalige wereld uniek.

Net zo uniek als de keuze van de westerse wereld om op den duur af te zien van kinderarbeid en lijfstraffen. Vandaag de dag noemen we zo'n keuze 'culturele voorkeur'. Dat lijkt mooi, nobel en fijngevoelig, maar het verbod Europeanen tot slaaf te maken was dat niet, want daardoor haalden de Europeanen zonder veel gewetenswroeging vele miljoenen slaven uit Afrika.

Van begin af aan heeft het Europese racisme de slavenhandel met Afrika mogelijk gemaakt en het is niet zo dat de slavenhandel op den duur dat racisme in Europa heeft doen ontstaan.

Europese wapens speelden nauwelijks een rol bij de stammenoorlogen

Dit alles maakt duidelijk dat de verkoop van krijgsgevangenen in Afrika niet het gevolg was van de Europese slavenhandel.

Die praktijk bestond al lang voordat de Europeanen naar Afrika kwamen en ze bleef bestaan nadat de Atlantische slavenhandel was afgeschaft. Onduidelijk is of de komst van de Europese slavenhalers en de daardoor gestegen vraag naar slaven het aantal oorlogen in Afrika nu echt heeft doen toenemen.

Er zijn uit de Afrikaanse geschiedenis geen oorlogen bekend waarbij het de aanvallende partij er uitsluitend om te doen was om slaven te maken voor verkoop aan de Europeanen.

Fort Elmina in Ghana
– Het centrum van de Nederlandse handel –

Het uitbreken van conflicten in Afrika berustte steeds op een veelvoud van factoren.

De uit Europa afkomstige vuurwapens speelden daarbij in ieder geval geen doorslaggevende rol. Ondanks al die schepen vol met wapens bleef het aantal geweren in Afrika relatief klein in vergelijking met West-Europa en Noord-Amerika, terwijl de kwaliteit vaak bijzonder slecht was.

De meeste Europese geweren waren tweedehands en puur voor de sier

Veel van de geweren die naar Afrika werden geëxporteerd, waren trouwens tweede- of derdehands afleggertjes. Er is al op gewezen dat we ons geen overdreven voorstelling moeten maken van het gebruik van de geweren en buskruit in de tropen.

Afrikanen wilden hun slaven wel graag ruilen voor Europese vuurwapens, maar dat was omdat die geweren allereerst als statussymbool dienden zoals een mooi gepoetst, maar volstrekt nutteloos steekzwaardje nog steeds tot het galatenue van een Nederlandse marineofficier behoort.


Al deze argumenten, tegenargumenten en nuanceringen maken de historicus moedeloos.

Het blijkt vrijwel onmogelijk de nadelige gevolgen van Europese slavenhandel klip-en-klaar vast te stellen. De Afrikanen hebben geen geschreven overheidsadministraties, kronieken, memoires of dagboeken, waaruit eindelijk duidelijke conclusies kunnen worden getrokken.

Het enige wat met zekerheid valt te zeggen is dat zonder Europese slavenhandel het aantal slaven in tropisch Afrika nog wat groter zou zijn geweest dan al het geval was en dat ook de slavenhandel binnen Afrika en naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten dan omvangrijker zou zijn geweest. Uitspraken over andere effecten zijn speculaties.

Datzelfde geldt ook voor alle beweringen over de precieze geografische herkomst van de slaven. De Europese en dus ook Nederlandse slavenhalers kochten de slaven in op bepaalde kustgedeelten. Dat betekende helemaal niet dat de daar gekochte slaven ook in die streek geboren en getogen waren.

Afrikaanse "landlords" eisten geld als de slaven naar de kust trokken

Vele binnenlandse regio's in Afrika leverden slaven, die dan door de handelaren werden gedwongen naar de kust te lopen.

In de begindagen van de slavenhandel was het herkomstgebied van de slaven meestal niet meer dan een paar dagmarsen van de kust verwijderd, maar in de loop van de achttiende eeuw, toen de vraag explosief toenam, werd het rekruteringsgebied steeds groter.

Daardoor stegen de kosten voor de slavenhandelaren voortdurend. De slavenkaravanen konden op de lange weg naar zee overvallen worden, er moest tol worden betaald aan de vorsten door wier gebied men trok en er moesten overnachtingsplaatsen, voedsel en bewaking worden georganiseerd.

De Afrikaanse slavenhandel
– Noord-Afrikaanse handelaren op de markt –

Zulke kosten dreven de prijs van een slaaf op de Afrikaanse kust snel op, maar de kopers in de Nieuwe Wereld en dus ook de Nederlandse slavenhalers betaalden zonder veel protest.

Hoewel het onmogelijk is van iedere slaaf te zeggen waar hij of zij precies vandaan kwam, is het niet moeilijk aan te geven waar de Nederlandse slavenschepen hun slaven inkochten. Dat staat keurig opgetekend in de scheepsadministratie.

In het begin, tot 1650, waren dat twee gebieden: de kust van Guinee en Angola. Na 1650 kwamen daar de Slavenkust en Biafra bij en in de achttiende eeuw kochten de Nederlanders ook slaven op de Goud- en Ivoorkust. De kapiteins van de slavenschepen kregen vaak uitvoerige instructies mee over de plaatsen, waar ze hun slaven moesten inkopen.

Slaven uit Goudkust waren meer waard, maar niemand zag het verschil

De rederijdirecties hadden de indruk dat de planters bijvoorbeeld meer wilden betalen voor slaven van de Goudkust dan uit Biafra of Angola. Blijkbaar konden de Goudkustslaven harder werken dan hun lotgenoten uit andere regio's van Afrika.

Daar dienden de kapiteins bij hun inkoop rekening mee te houden. In de praktijk kochten de kapiteins echter slaven waar ze maar werden aangeboden en waar de prijs hun het beste voorkwam.

Daarbij zullen ze ongetwijfeld gedacht hebben dat de planters aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toch niet in staat waren vast te stellen waar al die slaven nu precies vandaan kwamen.


Alleen in het - honderden jaren oude - logboek van de Nederlandse opperkoopman Bosma (Elmina / Afrika) werd hierover een tipje van de sluier opgelicht;

De opkopers (van slaven) trekken soms wel driehonderd kilometer het land in, waar zij alle Afrikaanse markten afgaan.

Want u moet weten dat ze hier waarachtig mensenmarkten hebben, zoals dat bij ons met dieren het geval is.


— UW MENING —

Hoe kijkt u - met de kennis van nu - tegen de slavernij van toen aan?