Sranan Sabiman : de Binnenlandse Oorlog

De Binnenlandse Oorlog was een burgeroorlog in Suriname, die tussen 1986 en 1992 werd uitgevochten.

De oorlog wordt ook wel aangeduid als "de vuile oorlog", omdat deze niet over mensenrechten ging - maar ondergronds een strijd was over de drugscontrole in het binnenland.

Achtergrond en verloop

De oorlog werd gevoerd tussen de toenmalige legerleider Desi Bouterse en zijn voormalige lijfwacht Ronnie Brunswijk, die van oorsprong een Marron is.

Tijdens de oorlog nam het Surinaamse Nationaal Leger van Bouterse het op tegen het uit enkele honderden strijders bestaande guerrillaleger van Brunswijk, het Junglecommando genoemd.

De oorlog draaide om de macht over Oost-Suriname en de controle over de handel in cocaïne.

Rood - gebieden getroffen door de oorlog
Oranje - gebieden getroffen door de aankomst van vluchtelingen

Wanneer de mannen van Brunswijk het Surinaamse leger ergens schade toebrachten, werd hiervoor vaak wraak genomen op de burgerbevolking in het gebied. Andersom nam Brunswijk soms wraak op dorpen die Bouterse steunden.

Vooral Aukaners werden getroffen door de oorlog

De oorlog had zware gevolgen voor de Marrons (met name de Aukaners) en het Surinaamse binnenland; dorpen werden platgegooid, wegen (waaronder een groot deel van de oostelijke Oost-Westverbinding), waterpijpleidingen en elektriciteitsverbindingen en scholen, overheidsgebouwen, poliklinieken en bedrijven werden vernield.

De periode van de meeste gevechten vond plaats tussen 1986 en 1989. In maart 1991 werd de vrede getekend in Kourou onder leiding van Romeo van Russel. Daarna werden voorbereidingen getroffen voor het Akkoord voor Nationale Verzoening en Ontwikkeling.

Ex-president Bouterse en Brunswijk
– Brunswijk is de huidige vice-president –

De onderhandelingen verliepen moeizaam deels omdat er onvoldoende kennis was om tot concrete afspraken te komen. De regering adviseerde toen de partijen om onafhankelijke deskundigen te betrekken, desnoods uit Nederland. Er is o.a. een beroep gedaan op Reinier Artist en op Eddy Dap.

In mei 1992 tekenden Brunswijks guerrillaleger en de door Bouterse gesteunde Angulagroep, Mandelagroep, Kofimakagroep en Tucajana Amazones (onder leiding van Thomas Sabajo) de vrede met de Surinaamse regering, die werd bekrachtigd door president Venetiaan op 8 augustus 1992.

Junglecommando

Het Junglecommando was een guerrillacommando in Suriname. Het stond onder leiding van Ronnie Brunswijk en het voerde eind jaren tachtig een guerrilla tegen het Surinaamse leger onder leiding van Desi Bouterse.

Gevangenen van het Junglecommando
– de mannen werden verdacht van spionage –

Gedurende de Binnenlandse Oorlog beheerste het Junglecommando een groot gebied in Oost-Suriname.

Oorlogsmisdaden

Een van de grootste oorlogsmisdaden vond plaats op 29 november 1986 in het dorpje Moiwana.

Troepen van Bouterse zochten naar rebellenleider Ronnie Brunswijk in Moiwana en toen hij niet gevonden werd vermoordden zij ten minste 39 onschuldige burgers (met name vrouwen en kinderen). Ook werden huizen (waaronder dat van Brunswijk) in brand gestoken. Voor de erkenning van de misdaad werd jarenlang gevochten door het mensenrechtenbureau Moiwana'86.

In Pokigron en Moiwana vonden gruwelijke moordpartijen plaats

Andere misdaden door troepen van Bouterse vonden onder andere plaats in de kustplaats Albina (december 1986), in Pokigron (op 11 september 1987) en Apoera (1990). In het bijzonder de gebeurtenissen rond Pokigron zijn echter in raadselen gehuld.

Naast het incident op 11 september 1987 wordt ook melding gemaakt van het platbranden van het dorp door junglecommando's op 23 april 1989 en er is in januari 1988 een zaak aanhangig gemaakt bij de Mensenrechtencommissie van Midden-Amerikaanse Staten over een incident op 31 december 1987 bij Atjoni (nabij Pokigron) waarbij zeven burgers de dood vonden.

lichamen worden afgevoerd
– slachtoffers van het Nationaal Leger –

Deze commissie oordeelde op 15 mei 1990 dat in dit geval inderdaad de mensenrechten waren geschonden, en droeg de Surinaamse regering dringend op een onderzoek te starten en de nabestaanden te compenseren.

De verantwoordelijken voor de oorlogsmisdaden die plaatsvonden zijn tot op heden ongestraft gebleven.

Moiwana'86

Het bloedbad van Moiwana was een bloedbad dat op 29 november 1986 werd aangericht in het Oost-Surinaamse marrondorp Moiwana door het Nationaal Leger van Suriname.

Troepen van Bouterse waren geïnformeerd dat rebellenleider Ronnie Brunswijk zich in het dorpje bevond. Maar toen de militairen Brunswijk niet konden vinden en geen van de dorpelingen kon of wilde vertellen waar hij was, schoten de militairen ten minste 39 onschuldige dorpelingen, onder wie voornamelijk vrouwen en kinderen, dood.

Monument in Moiwana
– herdenking van de slachting in 1986 –

Ook werden veel huizen in het dorp (waaronder dat van Brunswijk) in brand gestoken. Deze gebeurtenis markeert het dieptepunt van de Binnenlandse Oorlog in Suriname tussen het Nationale Leger onder leiding van Desi Bouterse en het Junglecommando onder leiding van Ronnie Brunswijk.

Meer dan 35 mensen werden vermoord in Moiwana

Nog niet eerder waren zoveel onschuldige burgerslachtoffers in deze oorlog gevallen. Meteen na dit drama kwam een enorme vluchtelingenstroom op gang. De meeste mensen (ongeveer 5000) vluchtten naar het nabije Frans-Guyana, waar door de Franse autoriteiten diverse kampen voor hen werden ingericht.

Men mocht echter niet werken of onderwijs volgen, met als gevolg dat een hele generatie schoolkinderen hun schooltijd heeft overgeslagen. Pas begin jaren 90 kwam een voorzichtige repatriëring op gang.

Van overheidswege is de zaak tot 2005 nooit in behandeling genomen. Het mensenrechtenbureau "Moiwana'86" heeft onder leiding van directeur Stanley Rensch jarenlang gevochten voor erkenning van wat zij een misdaad noemden.

De daders van de executies zijn nooit opgepakt

Op 15 augustus 2005 werd bekend dat het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten de regering van Suriname heeft veroordeeld inzake de massamoord.

Op 15 juli 2006 bood toenmalig president van Suriname Ronald Venetiaan namens de staat zijn excuses aan voor het gebeurde. De nabestaanden wilden echter meer dan excuses, zij willen dat de schuldigen vervolgd worden.

Tot op heden zijn de daders niet vervolgd.

Vluchtelingen en doden

De oorlog zorgde voor een grote vluchtgolf van Surinamers. In het binnenland sloegen ten minste 25.000 mensen op de vlucht; een derde tot de helft van de bevolking.

Velen van hen kwamen terecht in Frans-Guyana (vooral Paramacaners en Ndyuka) en een deel in de sloppenwijken van Paramaribo (vooral Saramaccaners), in Nederland of de Verenigde Staten.

In Frans-Guyana wonen nog steeds veel ex-vluchtelingen, onder andere in het dorp Saint-Laurent-du-Maroni aan de andere zijde van de Marowijne. De economische situatie van de Marrons is sindsdien slecht gebleven.

Aukaanse strijders
– vechtend in opdracht van Brunswijk –

Over de slachtoffers van de oorlog zijn geen officiële gegevens bekend. Bouterse sprak ooit van 87 gesneuvelde soldaten en ongeveer 60 junglecommando's zouden zijn gedood. Onder de bevolking vielen ongeveer 200 doden.

Nederlandse interventie

In 2010 werd bekend dat de Nederlandse regering op aandringen van Pretaap Radhakishun en twee andere Surinaamse regeringsleden in oktober 1986 overwoog om Bouterse af te zetten.

Dit had moeten gebeuren met behulp van 850 mariniers en 16 helikopters, die onder andere de luchthaven Zanderij moesten bezetten en in Paramaribo zouden worden gedropt. De operatie zou worden gesteund door marineschepen, vliegtuigen en helikopters uit de Verenigde Staten.

In 2007 was nog beweerd dat de operatie alleen tot doel had de Nederlanders te evacueren (vergelijkbaar met de Belgische operatie Rode en Zwarte Draak in Congo), maar in 2010 bleek dat de operatie ook als doel had Bouterse te arresteren en vervolgens nog een maand in het gebied te blijven totdat de situatie genormaliseerd zou zijn.

Amerika wilde samen met Nederland ingrijpen en Bouterse oppakken

Een speciale eenheid had tot doel Bouterse te arresteren met behulp van een lijst van schuiladressen van Bouterse, verzameld door de Amerikaanse geheime dienst.

De plannen werden uiteindelijk in januari 1987 afgeblazen omdat de regering vreesde voor hoge aantallen gewonden en doden onder de burgerbevolking.

Gevolgen voor het natuurbehoud

De Binnenlandse Oorlog was een grote klap voor het natuurbehoud in Suriname. Vóór de oorlog beheerde LBB met wel duizend man de natuurgebieden van het land.

Door de oorlog slonk dit getal tot 140 medewerkers waaronder slechts 58 jachtopzieners die 2,1 miljoen ha te 'bewaken' hadden. Alle boswachtershuizen werden vernietigd. Het gevolg was illegale houtkap in bijvoorbeeld het Natuurreservaat Boven-Coesewijne dat niet eens in de oorlogszone lag.

Na de oorlog werd bij de Wet bosbeheer in 1992 wel een Stichting Bosbeheer en Bostoezicht in het leven geroepen die naar behoren functioneerde. Zij houden zich bezig met de uitgifte van concessies voor houtkap. Maar de LBB en zijn boswachters bleven daarbij achter.


— UW MENING —

Wist u dat Brunswijk niet vocht voor de Marronrechten, maar de drugshandel?