Sranan Sabiman : Paramaribo

– Paramaribo (de Maagdenstraat) omstreeks 1890 –

Paramaribo is de hoofdstad van Suriname en wordt informeel vaak Foto genoemd (foto = stad (fort) in het Sranantongo, verwijzend naar Fort Zeelandia).

Algemeen

Een korte introductie

De stad is gelegen aan de westoever van de rivier de Suriname, op ongeveer 10 kilometer van de Atlantische Oceaan. De stad Paramaribo heeft samen met de directe omgeving de bestuurlijke status van een district.

Rond 2010 woonden er ruim 240.000 mensen in de stad, dit loopt op tot circa 380.000 inwoners wanneer het verstedelijkte gebied om Paramaribo heen, het district Wanica en delen van Commewijne, worden meegenomen. Ruim de helft van de Surinaamse bevolking woont daardoor in of nabij de hoofdstad.

Ruim 50% van Suriname woont in Paramaribo

Ook in het verleden vormde Paramaribo het belangrijkste bevolkingscentrum van de toenmalige kolonie. Uit deze periode stammen nog veel monumentale houten gebouwen, die de binnenstad van Paramaribo sinds 2000 een vermelding op de UNESCO Werelderfgoedlijst oplevert.

Langs de Surinamerivier tot aan de Jodensavanne en de iets ten noorden van de stad uitmondende Commewijnerivier werden vele plantages gesticht, die bescherming genoten van Fort Zeelandia, later aangevuld door het Fort Nieuw-Amsterdam op de andere oever van de Surinamerivier in het district Commewijne.

De meeste plantages zijn inmiddels verdwenen

In de 18e eeuw reikten de in cultuur gebrachte gronden reeds dieper het binnenland in. Een groot deel van de voormalige plantages zijn inmiddels verdwenen en grote delen van de stad zijn gebouwd op de voormalige plantagegronden.

De geheel gerenoveerde plantage Frederiksdorp toont echter nog steeds hoe het gebied buiten Paramaribo er vroeger uitzag.

Geschiedenis

Stichting & wisselende overheersing

Paramaribo ontstond op een rits waar tegenwoordig de Henck Arronstraat over loopt.

Het was een gunstig gelegen plaats, die droog bleef omwille van zijn verhoogde ligging en de kreek die ernaast liep en bovendien bestand was tegen erosie omwille van de hardere grond waaruit hij bestond.

Hij werd daarom ook al bewoond door de inheemsen, die er een dorp hadden met de naam 'Parmirbo, Parmurbo of Parmarbo, waarvan de naam "Paramaribo" is afgeleid. De betekenis in de Tupi–Guarani taal die zij spraken, is para "grote rivier" en maribo "inwoners".

Paramaribo is genoemd naar het dorp Parmirbo

In 1613 werd er een Amsterdamse factorij gesticht. Dertig jaar later, in 1644 vestigde de Fransman Pierre de Noailly zich er met een zestigtal landgenoten. Zij bouwden een klein houten fort, maar vertrokken al snel weer omwille van de malaria en aanvallen van inheemsen.

Na de succesvolle kolonisatie door de Engelsen onder leiding van Francis Willoughby in 1650 vergrootte William Byam het fort, dat hij naar zijn opdrachtgever Fort Willoughby noemde, en het bijhorende dorp.

Paramaribo, de Waterkant
– gezien vanaf de Surinamerivier (1850) –

De hoofdstad was toen echter Thorarica, een landinwaarts gelegen plaatsje ten zuiden van Paramaribo. De eerste plantages werden in deze periode gesticht langs de Surinamerivier.

Het hoogtepunt van de landbouw op de plantages lag echter halverwege de 18e eeuw, toen de kolonie niet meer Engels was. Inmiddels waren er gedurende de eerste helft van deze eeuw vele nieuwe plantages gesticht, met name langs de Commewijnerivier.

Nederlandse overname

In 1667 werd het gebied veroverd door een Zeeuwse expeditie met zeven schepen onder Abraham Crijnssen.

De Zeeuwen doopten fort Willoughby om tot Fort Zeelandia en Paramaribo tot "Nieuw Middelburg", een naam die nooit aansloeg. Fort Zeelandia werd het centrum van de nieuwe kolonie.

In de jaren na de Zeeuwse verovering groeide Paramaribo weinig tot niet. Bij zijn aankomst in 1683 beschreef gouverneur Van Sommelsdijck het als een "vlek", bestaande uit "zeven- of achtentwintig Huizen, meest Herbergen en Smokkelaarskroegen".

Paramaribo heette vroeger Nieuw Middelburg

Hierna begon de vestiging echter snel te groeien. Herlein, die de stad in 1712 bezocht, schreef dat er toen ongeveer vijfhonderd huizen waren, hoewel dit wellicht een overschatting is. Ze bleef echter beperkt tot de hogergelegen grond tussen de Sommeldijcksekreek, de Knuffelgracht en de Klipstenenstraat.

In de loop van de 18de eeuw werd de stad fors naar het westen toe, langs de Surinamerivier, en landinwaarts uitgebreid. In 1800 kende de stad ongeveer 1.100 huizen en 12.000 inwoners. Deze uitbreiding gebeurde planmatig, op bevel van het koloniale bestuur.

Een belangrijke figuur voor de vroege geschiedenis van Paramaribo is dan ook de landmeter en stedenbouwkundige Franciscus Lieftinck, die een belangrijk deel van het oude Paramaribo ontwierp.

Dit deel van de stad heeft dan ook een grotendeels rechthoekig stratenpatroon, ondanks de kromming van de Surinamerivier.

Ontstaan van een vrije, gekleurde bevolking

Na 1800 en tot ongeveer 1880 nam de stad niet meer sterk in omvang toe. De oorspronkelijke percelen waren groot en de huizen klein.

In de loop van de tijd vergrootte men de huizen en bouwde slavenwoningen en bijgebouwen bij. De bevolking steeg dus nog wel, maar dit gebeurde door een toename van de bevolkingsdichtheid.

Paramaribo, Henck Arronstraat
– een fruitmarkt (1830) –

Een andere belangrijke demografische ontwikkeling die in deze periode in de stad plaatsvond was dat er een steeds grotere groep van vrije niet-blanken ontstond, dit waren voornamelijk slaven die waren vrijgekocht of zichzelf vrijkochten en hun afstammelingen.

In 1791 vormden blanken 53% van de vrije bevolking in Paramaribo, in 1862, het jaar voor de emancipatie, was dit teruggelopen tot 13%. De totale vrije bevolking nam daarbij toe van 3.760 naar 13.510 personen.

Het aantal blanken nam snel af van 50% naar 10%

Dit betekent dat een groot deel van de vrije bevolking gekleurd was en hoewel er voor deze groep lang weinig aandacht is geweest zijn toch enkele van hen bekend geworden, waaronder zakenvrouw Elisabeth Samson en onderwijzeres Maria Vlier, schrijfster van het eerste Surinaamse geschiedenisboek.

In de eerste helft van de 19e eeuw werd de houten binnenstad zwaar geteisterd door enkele verwoestende branden. De Stadsbrand van 1821 en de Stadsbrand van 1832 behoorden tot de grootste stadsbranden in Paramaribo en legden respectievelijk het noordelijke en zuidelijke deel van het centrum in de as.

Een groot deel van Paramaribo is door slaven in brand gestoken

De brand uit 1832 is later bekend geworden als Cojo branti, nadat er in de maanden na de brand ook verschillende andere branden uitbraken in de kolonie werden drie verdachte slaven terechtgesteld.

Tegenwoordig wordt hun actie gezien als daad van verzet tegen het koloniale-bestuur en het slavenbestaan, in 2000 werd er een monument onthuld en het plein omgedoopt tot Kodjo, Mentor en Presenti-plein.

Fort Zeelandia en de Waterkant
– Nederlandse kaart uit 1750 –

Een gevolg van de grote brand was dat enkele straatwanden niet meer werden opgebouwd om brandoverslag te voorkomen. Huizen die van steen of klei werden gebouwd leverden bovendien belastingvoordelen op.

Als snel begon Paramaribo uit haar voegen te groeien

Na de afschaffing van de slavernij in 1863, en het aflopen in 1873 van de tienjarige periode van "staatstoezicht" (gedwongen arbeid), trokken veel ex-slaven naar de stad.

Deze situatie kon niet meer volledig door een verhoging van de bevolkingsdichtheid opgevangen worden. In 1874 vond een eerste verkaveling plaats ten westen van de Wanicastraat.

Dit markeert de overgang van een geplande stadsuitbreiding naar een uitbreiding door particulieren zonder grote inmenging van de overheid, zoals het ook vandaag de dag het geval is.

Het leidde bijvoorbeeld bij het verkeer en de afwatering tot problemen die tot de dag van vandaag voortduren.

20e eeuw & Surinaamse onafhankelijkheid

Van oudsher woonden arme en rijke inwoners in de stad door elkaar. Op de erven van grote woningen werden huisjes voor de slaven gebouwd; later vestigden zich hier de armen.

Vanaf 1950 ontwikkelt de overheid grote bouwprojecten en zijn veel meer gefortuneerde inwoners naar het zuidwesten van de stad getrokken. Grootschalige sloppenwijken zoals deze voorkomen in grote steden in andere delen van Zuid-Amerika, zijn echter nooit in Paramaribo ontstaan.

In 1987 vond in Suriname een bestuurlijke herindeling plaats. District Paramaribo werd hierbij onderverdeeld in 12 ressorten (wijken).

Geografie

Ligging

Paramaribo ligt in de kustvlakte van de Atlantische Oceaan op de linkerover van de Surinamerivier.

In tegenstelling tot het over grote deel van het land ligt de stad niet op het Guyanaschild, maar op de uit sedimentgesteente bestaande kustvlakte, op slechts enkele meters boven zeeniveau.

De ligging naast de Surinamerivier
– Nederlandse kaart uit 1737 –

Het terrein is overwegend vlak en door de lage ligging vaak drassig, met zogenaamde swampen of moerassen. Voor de kust komen modder- en zandbanken voor met aan de oevers van oorsprong mangrovebos.

Klimaat

Suriname heeft een tropisch regenwoudklimaat, met een grote en kleine regentijd en twee droge tijden, die echter ook gemiddeld meer dan 60 mm neerslag per maand kennen en waardoor het dus ook in de droge tijd regelmatig regent.

Gemiddeld is het 30 graden in Paramaribo

De temperatuur is gedurende het jaar zeer constant, deze schommelt tussen 24 en 36 graden Celsius. Gedurende de regentijd is de gemiddelde temperatuur 27,3 graden, terwijl die tijdens de droge tijd oploopt naar 32 graden Celsius.

De droogste periode van het jaar duurt van september tot november. Jaarlijks valt er ruim 2100 mm neerslag.

Bron : Wikipedia / online archieven


— UW MENING —

Bent u wel eens in Paramaribo geweest? :-)