Sranan Sabiman : Meerzorg

Bovendstaand schilderij toont een gezicht op een koffieplantage te Meerzorg aan het Taparoepikanaal (Tapoeripakanaal) in Suriname.

Op de voorgrond twee groepjes palmbomen, rechts een dijk met een scheprad. Links een kanaal met een bootje.

Het gedetailleerde schilderij is later vervaardigd aan de hand van een ruwere tekening van A.L. Broekmann.

— Willem de Klerk
(schilder / 1850)

Meerzorg (Sranantongo: Ansoe) is een plaats, ressort en voormalig plantage in Suriname in het district Commewijne.

Het ligt op ca. 2 kilometer van Paramaribo en in september 2010 had het ressort 8.732 inwoners.

Ressort

Om vanuit Meerzorg in Paramaribo te komen moest men vroeger met een veerpont over de Surinamerivier, maar na het gereedkomen in 2000 van de Jules Wijdenboschbrug heeft Meerzorg zich snel ontwikkeld.

Er is onder andere een art-deco-bioscoop in houtbouw te Tamanredjo, een nieuw zwembad en een internetcafé.

Meerzorg kent een rijke geschiedenis als plantage

Oorspronkelijk was Meerzorg een plantage en daaraan ontleent de plaats zijn naam. De plantage Meerzorg werd bekend door de Franse bezetting in 1712 en door de eerste export van koffie.

Meerzorg is het centrale busstation van Commewijne.

Plantage

Voorheen was Meerzorg een plantage aan de Surinamerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage lag aan de rivier, tussen de plantages Mopentibo en Jagtlust.

De plantage werd eind 16e eeuw als suikerrietplantage aangelegd door Paul Amsincq, een hugenoot die gevlucht was uit Rouen. Hij trouwde in 1693 met de Zeeuwse Anna Verboom, een dochter van commandeur Laurens Verboom.

Het uitdelen van eten
– Illustratie uit 1843 –

Op de plantages was het een gewoonte om halfjaarlijks gebruiksvoorwerpen en duurzaam voedsel uit te delen volgens voorschriften van het plantagereglement.

Op bovenstaande illustratie wordt aan de slaven bakkeljauw (gezouten kabeljauw) uitgedeeld, welke meestal vanuit Noord-Amerika werd geïmporteerd.

Rechts op de voorgrond staat een Europeaan, de zogenaamde blankofficier of opzichter, die ieders aandeel volgens de lijst vaststelt.

— Th. Bray
(illustator / 16 april 1843)

In 1712 werd zijn plantage bezet door de Fransen onder leiding van Jacques Cassard (Cassard-expeditie). Amsincq en zijn familie moesten het achterliggende oerwoud invluchten. Meerzorg werd ingericht als het Franse hoofdkwartier.

Binnen korte tijd had Cassard bijna alle plantages aan de Surinamerivier bezet. Suriname gaf zich over en was toen bezet door de Fransen.

Frankrijk dreigde Suriname binnen te vallen en alles te vernietigen

Op Meerzorg werd een overeenkomst tussen de Fransen en vertegenwoordigers van de Surinaamse overheid getekend, waaronder Amsincq.

Cassard zag af van plundering van Suriname, in ruil voor een brandschatting van 15.000 okshoofden suiker, of de tegenwaarde in koopwaren en slaven. Dit was ongeveer de opbrengst van één jaar productie.

Bloeitijd

Rond 1713 werden de eerste koffieplantjes door de familie gepoot. De eerste die de in Suriname gekweekte koffie verscheepte was Nicolaas van Sandick. Deze koffie was van Meerzorg afkomstig.

De eerste 50 ponden werden verzonden aan de weduwe Amsincq te Amsterdam, en bij aankomst goed van smaak bevonden. In 1723 werden al diverse schepen met partijen koffie uit Suriname naar Amsterdam gestuurd.

De koffie uit Meerzorg was internationaal van zeer hoog niveau

Het volgende jaar bedroeg de uitvoer van koffie uit de kolonie 5627 Amsterdamse ponden, in 1726 honderdduizend, en in 1732 meer dan een miljoen pond. Toen de koffiecultuur op gang kwam in Nederland maakte de plantage, die op dat moment werd beheerd door de naaste en aangetrouwde familie van Amsincq, tijden van economische welvaart mee.

Tot zeker 1849 stond P. Amsincq als eigenaar van Meerzorg te boek. Ergens tussen 1793 en 1820 was Meerzorg weer teruggekeerd naar de teelt van suikerriet.

Na de emancipatie

Bij de uitvoering van de Emancipatiewet in 1863 kregen 325 slaven de vrijheid. De Amsterdamse handelaar Bernardus Johannus Rothuijs Hendrikszoon was destijds de eigenaar. Hij handelde onder de firmanaam Rothuijs en Compagnie.

De compagnie was in die tijd ook eigenaar van de plantage Groot-Marseille en mede-eigenaar van de plantages Berg en Dal en Breukelerwaard. Verder vertegenwoordigde hij de in Duitsland wonende eigenaren van plantage De Resolutie.

De Arya Samajr tempel
– Foto uit 1964 –

In 1888 was de plantage in het bezit van de erfgenamen van de Firma Pieter Poel uit Amsterdam die bij de emancipatie ook al eigenaar was van Sorgvliet. Deze firma was in 1836 al door twee derde van de eigenaren aangesteld tot directeur van de administratie.

Meerzorg heeft diverse plantage-eigenaren gekend

Daarna werd in 1887 de West-Indische Landbouw Maatschappij opgericht. Begin 1900 ging de maatschappij over in de Landbouwmaatschappij Abrasei. De eigenaar was dhr. P.M.S. Ruijs.

Deze maatschappij werd begin 1906 overgenomen door de familie Van Everdingen die zich direct inschreef voor 130 hectare door het gouvernement gesubsidieerde bacovencultuur. Later dat jaar werd voor nog eens 35 hectare ingeschreven.

150 jaar geleden zou er bij de bananenplantage een tramlijn komen

De teelt van bacoven begon voorspoedig en in 1907 werd een verzoek ingediend voor het aanleggen van een tramlijn tussen plantage Spieringshoek en Meerzorg voor het vervoer van de bananen. De United Fruit Company, de afnemer van de bananen, zou dan gaan laden aan een steiger bij Meerzorg.

Dit plan ging echter niet door. In hetzelfde jaar was er ook sprake van een overname van de plantage. De nieuwe eigenaren wilden de Cultuurmaatschappij Meerzorg oprichten en 600 hectare in cultuur brengen voor de teelt van bacoven en rubber.

Recente geschiedenis

In 1915 kocht het gouvernement de plantage met als de doel de bevordering van de kleine landbouw.

In 1929 had Meerzorg, dankzij de gunstige ligging ten opzichte van Paramaribo, zich ontwikkeld tot een van de meest welvarende vestigingsplaatsen.

100 jaar geleden begon met rijst te verbouwen op Meerzorg

Samen met Mopentibo had zij een oppervlakte van 1.350 hectare, die vrijwel helemaal uitgegeven was in 1.300 percelen van driekwart tot anderhalve hectare.

In 1930 werd de plantage uitgebreid met 72 hectare door de inpoldering van het voorland van de plantage. Dit gedeelte werd gebruikt voor de rijstteelt. De beheerder was toen H.S. Chundro.

Commewijne
– overzicht van alle resorts –

Hij was van 1900 tot 1907 directeur van plantage Dordrecht en daarna controleur van de Gouvernements Bacovencultuur. In 1925 werd hij benoemd tot hoofdopzichter van de kleine landbouw.

In 1955 opende Koningin Juliana op het terrein van de voormalige plantage een hindoestaanse tempel.

Tegenwoordig is Meerzorg een plaats en ressort. Het is met Paramaribo verbonden door de Jules Wijdenboschbrug.

Bron : Wikipedia / online archieven


— UW MENING —

Kende u de (volledige) geschiedenis van Meerzorg?