Sranan Sabiman : Johan van Scharphuizen

Johan van Scharphuizen of Jan van Scharphuysen (overleden te Amsterdam, 15 september 1699) was een Surinaamse kolonist, waarschijnlijk van Zeeuwse afkomst.

Zijn zwagers waren dominee/planter Johannes Basseliers, in 1668 de eerste Nederlandse predikant in Suriname, en Jan Meunicx.

Muenicx

De naam Muenicx is de oudste Nederlandse naam in Suriname. Zijn familie had zich al in de Engelse periode in Suriname gevestigd en was afkomstig uit Middelburg.

Van 1689-1696 was Van Scharphuizen gouverneur van de kolonie Suriname.

Leven

In 1677 werd Van Scharphuizen benoemd in de Raad van Politie. Hij vertoefde tussen 1678 en 1684 in Zeeland en Holland om de belangen van de Surinaamse planters te behartigen.

Tussen 1685 en 1689 was hij opnieuw in de Republiek. In 1685 was hij bij enkele slaventransporten betrokken.

Van Scharphuizen is op 20 december 1688 aangesteld als gouverneur en vertrok op 14 januari 1689. Hij kwam op 12 maart in Suriname aan, samen met François van Aerssen - beter bekend als Frans van Sommelsdijck

Lastig bestuur

Van Scharphuizen raakte meteen na zijn aankomst betrokken bij een lastige zaken.

Onder andere een aanval door Jean Baptiste du Casse, een beruchte Franse zeerover en slavenhandelaar – die ook geprobeerd had Elmina (Ghana) te veroveren – de afhandeling van de ingewikkelde erfenis van zijn voorganger en een zaak omtrent de clandestiene aanvoer en verkoop van slaven.

Opvolger van Van Sommelsdijck

De gouverneur kreeg bovendien een conflict met de Engelse planter Jeronimo Clifford die in 1683 via zijn vrouw eigenaar van een van de grootste plantages (Courcabo) was geworden.

Clifford werd verhinderd naar Jamaica te vertrekken, zwaar beboet en zeven jaar gevangengezet in Fort Sommelsdijck, waar hij toestemming kreeg om binnen de muren een huisje te bouwen.

Tot slaaf gemaakten aan het werk
– schilder en datum onbekend –

Ondertussen werd Cliffords plantage geruïneerd of bezet. Clifford ging door met te wijzen op het hem aangedane onrecht en vroeg 241.894 gulden vergoeding aan de Sociëteit en de Staten-Generaal.

Van Scharphuizen voerde enkele juridische verbeteringen door, door een aantal onrechtmatige belastingmaatregelen van zijn voorganger (Van Aerssen van Sommelsdijck), terug te draaien.

Rechten voor slaven

In 1691 verleende Van Scharphuizen aan de Jodensavanne de wettelijke status van nederzetting, maar de joden mochten hun slaven niet langer op zondag laten werken.

Slaven werd wel toegestaan op hun vrije dag levensmiddelen (afkomstig van de kosttuintjes in hun privébezit) op de markt Oranjetuin te verkopen.

In 1695 werd Van Scharphuizen gevangen gezet door Frankrijk

In 1695 schijnt Van Scharphuizen gevangengenomen te zijn door Franse kapers die voor de kust voeren. In oktober 1696 was Van Scharphuizen in Amsterdam en werd door het gerecht veroordeeld met betrekking tot ongeoorloofde slavenhandel.

Als gouverneur mocht hij in niet meer dan drie schepen belangen hebben en geen eigen handel drijven.

Concurrerende handelsmaatschappijen in Nederland hebben deze strafmaatregelen tegen hem bewerkstelligd, omdat hij opkwam voor de slaven in Suriname door ze meer rechten en vrije dagen te geven.

Plantage Palmeneribo
– schilderij Dirk Valkenburg - 1707 –

In 1698 kocht Van Scharphuizen een huis op de Keizersgracht, waar de Vergulde Haen in de gevel stond, vrijwel naast de Schouwburg van Van Campen.

Een jaar later overleed hij en werd begraven op het hoge koor van de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Al zijn personeel en veel slaven werden bedeeld uit de erfenis.

Vrijheid

Een huisslaaf kreeg de vrijheid en een jaarlijkse toelage van 200 gulden. Jonas Witsen, die getrouwd was met de vrije slavin Elisabeth werd na het overlijden van zijn vrouw de nieuwe eigenaar van de drie plantages.

Surimonbo, afkomstig van zijn schoonvader, Waterland en Palmeniribo, afkomstig van Van Scharphuizen.

Surimonbo, Waterland en Palmeneribo waren bekende plantages

Van Scharphuizen had destijds in zijn testament bepaald, dat zijn slaven en slavinnen maximaal vijf dagen behoefden te werken en de overige dagen vrij waren te doen wat ze wilden.

Zo konden zij op de vrije zaterdag en zondag groente verbouwen en op de markt verkopen voor hun eigen profijt.

Toen die vrijheden in 1707 werden ingeperkt, brak op Palmeniribo een opstand uit en werd deze vernietigd.

Bron : Wikipedia / online archieven


— UW MENING —

Kent u de vroege geschiedenis van Suriname?